woensdag 11 november 2015

Volksvoedsel

Vis als volksvoedsel jubileert

door Hans Piët

DEN HAAG - Het blijft wonderlijk, dat het tot 1915 heeft geduurd, voordat vis ook regelmatig op het bord van de gewone man terecht kwam. Tot die tijd was het een delicatesse, vooral  voorbehouden aan mensen met geld. "Vis eten is een kostbare zaak. Voor katvis betaal je een kaviaarprijs", concludeert de sociaal-democraat Leendert Hoejenbos (38) wat somber tijdens een Haagse gemeenteraadsvergadering in februari 1914. "Hierdoor is de smaak van bijvoorbeeld schelvis bij duizenden Hagenaars onbekend".
Wie de statistieken uit die periode bekijkt, verwacht een heel ander verhaal. De cijfers onderstrepen de status van Nederland als een land van vissers. Zo blijken de Noordzee en de Zuiderzee jaarlijks goed voor de vangst van zo'n 20 miljoen kilogram vis. Ruim voldoende om de meeste Nederlandse monden, tegen een schappelijke prijs, te vullen, zou je denken. Ook omdat de visser met die vangst geen wereldsalaris verdient. Hij krijgt (in 1913) gemiddeld 19,2 cent per kilo. Dat komt omdat de prijs van horsmakreel rond de 3 cent per kilo ligt. Spiering brengt 2 cent op, bot 14 cent en schol 25 cent per kilo. Dezelfde statistieken geven echter aan dat 62 procent naar het buitenland wordt geëxporteerd met Berlijn, Brussel, Parijs en Londen als belangrijkste ankerplaatsen. Het jaarverslag uit IJmuiden (een belangrijke vissersplaats in die periode) verklaart dat in 1914 met: 'Duitsland is bereid om meer geld uit te geven dan Nederland voor het 'Hollandse zeebanket'. Hier zien we opnieuw een verdere daling van de visverkoop'.
"Is ons volk nu werkelijk zo afkerig van visgebruik?". Joseph Bottemanne (40), hoofdinspecteur der zeevisserij, gelooft er niets van. Reden om onderzoek te doen met een lijvig rapport in februari 1914 als resultaat. Een van de conclusies luidt: 'de voedingswaarde van vis is van dien aard, dat uitbreiding van het gebruik aanbeveling verdient'.
Na het lezen komt het Ministerie van Binnenlandse Zaken direct in actie. Bij het leger start een proef met vis als voedingsmiddel. De middagmaaltijd bij de garderegimenten Grena-diers en Jagers bestaat in het vervolg uit kabeljauw. Tevens krijgen de Gedeputeerde Staten in alle provincies het verzoek de aandacht der gemeentebesturen te vestigen op het rapport. Het gebruik van vis in Nederland dient sterk te worden bevorderd. Elke gemeente mag zelf bepalen op welke manier zij de vis wil laten uitgroeien tot volksvoedsel. Een van de resultaten is, dat in 1915 het Centraal Bureau voor den Afzet van Visscherijproducten wordt opgericht. 

Snelle stappen

Niemand kan ontkennen, dat de Eerste Wereldoorlog (1914 - 1918) heeft bijgedragen aan snelle stappen in de goede richting. Zo legt Christiaan Cornelissen (50), als voorzitter van een combinatie van werkliedenorganisaties, in april 1915 aan de Haagse gemeenteraad uit, dat vlees thans door de arbeidende stand als weeldeartikel wordt beschouwd.
Situatietekening van de plaats waar de 'Kiosk voor de          
 verkoop van visch' op het Newtonplein  moet komen te         
  staan. Tekening: Haags Nieuws Bureau.                                   
"Menige inwoner kan er slechts spaarzaam gebruik van maken", betoogt hij. "Door het ingetreden oorlogsbestand stijgen de prijzen van vlees tot ongekende hoogte".
Vervolgens houdt hij een warm pleidooi voor het verkrijgbaar stellen door de gemeente van vis als volksvoedsel. Daarbij kan hij het niet laten de gemeenteraads-leden nog even fijntjes te wijzen op een plan uit 1913. In die periode pleit hun collega J.J. Verburg (Katholieke Staats-partij) voor de bouw van een nieuwe vismarkt tussen de Twentstraat en Kortenbosch, in het centrum van de Residentie. Die nieuwbouw wordt ingegeven door de praktijk dat vis snel bederft. Een goede en vooral hygiënische inrichting voor het verhandelen van grote partijen, maar ook voor de geringere   verkoop aan particulieren, is dus essentieel en is in Den Haag niet aanwezig. De bestaande markt is een smerig zooitje. Verburg wil tevens viswinkels met koel- en ijsinrich-ting, die bovendien telefonisch bereikbaar zijn waardoor vragen van hotels, restaurants en particulieren dadelijk kunnen worden bevredigd. ''Anders krijg je, wat onlangs gebeurde, namelijk, dat een aantal vrachtwagens met haring, uit Scheveningen afkomstig, naar de vuilnisbelt moet omdat de aanvoer op dat ogenblik te groot was en een geschikte gelegenheid tot dadelijke verkoop ontbrak", aldus Verburg. "Met een goed functionerende vismarkt kun je duurdere vissoorten aan koopkrachtiger publiek slijten, terwijl ook de man met de kleine beurs er iets van zijn gading zal vinden. Hij kan voor 6 tot 8 cent per pond terecht en bij overvloedige aanvoer zelfs voor minder".
Ook Den Haag laat, begin vorige eeuw, zien over een zeer beperkt aantal viswinkels te beschikken. Omdat de waar heel snel onverkoopbaar is, wagen middenstanders zich er liever niet aan. Doen ze het wel, dan kiezen ze voor een kleine voorraad. Om daar vervolgens enige winst op te maken, moet het tegen een hoge prijs over de toonbank. En dat is geen stimulans om vis tot volksvoedsel te transformeren.
          De voorkant van de houten kiosk. Tekening:              
      Haags Nieuws Bureau.                                                   
Dat met de oorlog het verschil in prijs tussen vlees en vis flink oploopt, bewijzen de statistieken. Een Haagse woordvoerder laat begin 1915 weten dat een regerings-varken tussen de 80 en 83 cent per kilo kost. "En de vrije varkens zijn nog duurder namelijk 1 gulden en 8 cent per kilo. De prijs van vis ligt veel lager. Schol kost slechts 8 cent per kilo. Voor schelvis betaalt u 10 cent en voor kabeljauw 12 cent per kilo".
Na de oproep van het ministerie gaan de verschillende gemeenten aan het werk. Uitgangspunt is de vis per gewicht en tegen een vaste prijs aan te bieden. Om de toonbankgang verder te stimuleren, wordt de koper een beknopte handleiding voor het bereiden geboden. In een poging de prijs zo laag mogelijk te houden, stelt de Vereeniging van Kleine, Stedelijke en Plattelandsgemeenten voor de vis groot in te kopen en tegen inkoopsprijs te bestellen bij het Centraal Bureau voor den afzet van Visscherijproducten. Een groot aantal gemeenten omarmt het plan. Dat dit niet altijd goed afloopt, blijkt op een dag in Wassenaar. De in IJmuiden opgekochte vis wordt nauwelijks verhandeld. Gelukkig biedt een groep welgestelde ingezetenen redding. Zij kopen de partij op, waardoor de gemeentebegroting sluitend blijft, en delen de vis uit aan behoeftige dorpsgenoten.

Kiosk   

Den Haag roept bij het uitwerken van haar plannen de hulp in van het Centraal Bureau voor de Zeevisscherij, dat in de stad is gevestigd. Zij is bereid de verkoop op zich te nemen. Om op te vallen in het straatbeeld wordt een 'kiosk voor de verkoop van visch' ontworpen. De uit hout opgetrokken behuizing (van 3.25 bij 2.70 meter) komt op een negental plaatsen in de Residentie te staan. "We kiezen daarbij bewust voor volksbuurten", aldus burgemeester Herman van Karnebeek , "zoals op het Newtonplein, de Brouwersgracht, Vaillantlaan en het Paul Krugerplein. De prijs van de verse vis, die dagelijks op een raambiljet  in de kiosken is af te lezen, zal rond de 16 cent per kilo liggen. Ik denk dan aan vissoorten als de kleine schelvis, wijting, haring, schol, rog en schar. Het bureau staat garant voor de kwaliteit".
De burgemeester is er als de kippen bij om te verklaren, dat het bureau niet over de nodige fondsen beschikt om de kiosken te financieren.
"De gemeente zorgt voor het oprichten en het beschikbaar stellen. De bedoeling is ze aan de exploitant te verhuren of te verkopen ". Of de kiosk een lang leven beschoren is, weet de 
Echt winstgevend bleek de kiosk niet te zijn.
Tekening: Haags Nieuws Bureau.
burgervader niet. "Het is een nood-
maatregel. Zo is ook niet te zeggen
hoelang het Centraal Bureau voor de 
Zeevisscherij erbij betrokken zal zijn".
Het plaatsen levert geen problemen op. Binnen een maand is er toestemming van Bouw- en Woningtoezicht, waardoor op 28 juni 1915 de eerste kiosk de stad siert.
Nu, honderd jaar later, kan worden opgemerkt, dat die viskiosk geen blijvertje was. Hij is nergens in Den Haag meer terug te vinden, al is de visverkoop middels een kraam niet helemaal verloren gegaan. Een troost is misschien, dat de geschiede-nis aangeeft hoe razend moeilijk het is om van zo'n kiosk een echt succes te maken. Een sprekend voorbeeld is de viskiosk, die was terug te vinden op het Sumatraplein. In de zomer van 1929 besloot de exploitant zijn huurovereenkomst met de gemeente niet meer te verlengen. Reden, ondanks een goede omzet, leverde de kiosk een jaarlijkse verliespost op van zo'n 2165 gulden.
Wel een blijvertje is de vis. De cijfers geven aan, wat Joseph Bottemanne al dacht: we zijn liefhebbers, al ging daar een aarzelende start aan vooraf. Cijfers tonen hoezeer de verschillende vissoorten voldoen als volksvoedsel. Zo werd er vorig jaar 47 miljoen kilo omgezet. Met gerookte zalm als favoriet.






© Haags Nieuws Bureau 2015