zaterdag 11 oktober 2014

Bertha von Essen


Bewoners uit de
Pijnboomstraat


Passie gevangen met snaren

Talentvolle pianiste
krijgt het niet cadeau

door Hans Piët

DEN HAAG - De advertentie in het Haagse dagblad Het Vaderland heeft een zeer bescheiden omvang. Wie in de residentie wil worden opgeleid voor de staatsexamens muziek kan zich melden op telefoonnummer 337169 of in de Pijnboomstraat 141. Op dat nummer woont, in 1937, piano-onderwijzeres Bertha von Essen, door familie en vrienden liefkozend Doesje genoemd.
Dat achter die paar woorden een talent schuilt, dat cultureel op meerdere vlakken, een flinke steen heeft bijgedragen aan het ‘swingende karakter’ van de Bomenbuurt, wordt
Bertha von Essen.       Foto: N.M.I.
duidelijk bij een bezoek aan het Nederlands Muziek Instituut. Al snel blijkt, dat Bertha, in de woorden van haar hartsvriendin Nora Smith-Keizer, ‘een bijzonder mens’ is. De op 87-jarige leeftijd in Den Haag overleden pianiste mag dan, ook volgens haar paspoort uit 1951, lerares zijn geweest, haar levensloop toont een vrouw, 
die dankzij haar intelligentie, van meer dan een markt thuis was.
Haar schoolperiode is een prijzenfestival. Elk jaar is er minstens één onderscheiding. Wie haar rapporten van het gymnasium in Nijmegen bekijkt, ziet hoe ze worden gedomineerd door vieren en vijven (goed en zeer goed). Ze slaagt cum laude. Haar hartstocht is piano spelen. Ze ambieert een opleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag maar blijkt in een verkeerde periode te zijn geboren. Aan het begin van de vorige eeuw stond de levensloop van een vrouw al bij de geboorte vast: na de schoolopleiding zo snel mogelijk trouwen en kinderen krijgen. Haar oudere zus Elisabeth (1875) kan geen weerstand bieden aan die conservatieve opvattingen van haar vader Ernest von Essen. Ze kiest haar man uit de door pa opgeroepen huwelijkskandidaten. Echt gelukkig wordt ze niet. Elisabeth sterft op 42-jarige leeftijd.
Bertha is anders. Ze wordt gedreven door avontuur, wil gehoor geven aan haar passies. Vader Ernest is er niet gevoelig voor. Afkomstig uit een welgestelde Amersfoortse familie is de civiel ingenieur b/d, werkzaam bij de Burgerlijke Openbare Werken (B.O.W.) in Nederlands Indië, opgevoed met het idee dat kunstbeoefening niet tot de goede zeden behoort. Hij wordt daarin ondersteund door de praktijk. Zo geven statistieken uit 1920 aan, dat het totaal aantal toonkunstenaars in Nederland 3107 bedraagt: 2840 mannen, 267 vrouwen. Dat Bertha’s pianolerares keer op keer benadrukt dat ze een uitzonderlijk talent is, laat de oud-militair koud. De ouders, die op het moment dat Bertha wordt geboren (15 mei 1894) op Java, in de havenstad Pekalongan, wonen, laten de opvoeding van de drie kinderen over aan het huispersoneel. “Vader greep wel in als we stout waren”, laat Bertha haar vriendin Nora later weten. “We kregen dan een afranseling met de hondenzweep”.

Kostschool

Volgens Nora had Bertha een ongelukkige, geïsoleerde jeugd. Dat was deels te danken aan het feit dat Elisabeth en hun broer Hein (1886, hij werd bouwkundig ingenieur in Delft) al vroeg naar kostschool in Nederland werden gestuurd. Ernest von Essen en zijn vrouw
Advertentie uit augustus 1937.                        Foto: PR
Elisabeth Houwer zijn wel zo verstandig om naar de directeur van het gymnasium te luisteren. Het gevolg is, dat Bertha in 1912 aan een rechtenstudie in Leiden, waar zij inmiddels met haar ouders woont, mag beginnen. De vrijheid die het studeren biedt, zet de verhoudingen op scherp. Als ze tijdens een gesprek opnieuw het Koninklijk Conservatorium aansnijdt, trekken haar ouwelui elke vorm van 
steun in. Bertha gaat niet bij de pakken neer  zitten. Ze kiest voor een opleiding farmacie en slaagt in 1916 met vlag en wimpel. Tot 1924 werkt ze vervolgens als assistente bij apothekers in Delft, Leiden, Nijmegen en Den Haag. Met het geld dat ze verdient, kan ze haar studie aan het conservatorium betalen. In 1922 is er eerst het diploma onderwijskunde. Twee jaar later volgt het diploma Pianospel (solospel). Beide keren is er een onderscheiding. In 1922 ‘voor schoone muzikale voordracht’. In 1924 ‘voor muzikale eigenschappen’. Bertha krijgt voor haar theorie een 5 (zeer goed) en voor het spelen een vierenhalf (goed tot zeer goed). Op het conservatorium krijgt ze les van Everhard van Beijnum, een muziekleraar met uitzonderlijke pedagogische kwaliteiten. Hij zal de geschiedenis in gaan als de onderwijzer van vooraanstaande klassieke pianisten zoals Ton de Leeuw en componist Léon Orthel, maar ook, dankzij de erfenis die in het Nederlands Muziek Instituut is terug te vinden, als een Solex-liefhebber. Hij koopt het rijwiel met aangebouwde tweetakt-motor in april 1951 voor 409 gulden en 17 cent en is zo enthousiast dat hij ook een abonnement neemt op het maandblad Op de Solex.
Diploma's van het conservatorium. Foto: N.M.I.
Na haar examen blijkt, dat Bertha en Everhard tijdens de vele studie-uren samen, verliefd op elkaar zijn geworden. Ze trouwen op 14 april 1925, 30 en 31 jaar oud, in Leiden. Het tweetal is zo gelukkig, dat ze ook samen het concertpodium willen delen. Dat gebeurt onder meer op 27 januari 1927, wanneer ze de spil vormen van een concert voor twee piano’s in Diligentia, Den Haag. De recensent moet vaststellen, dat mevrouw Van Beijnum ‘een fijne musicienne is met veel temperament, artistiek gevoel en begrip van voordracht’. Meneer Van Beijnum ‘is eerder secuur. Hij is een betrouwbare ebenbürtig (evenknie)’.
Tegelijkertijd stelt hij vast ‘dat de kunst in samenspel en samen aanvoelen in dit artistieke milieu met zorg is beoefend’. Een andere recensent constateert tijdens een volgende uitvoering dat meneer Van Beijnum weliswaar de leiding heeft en dat het samenspel gaaf klinkt, maar dat Bertha in haar aanslag heel wat subtieler en kleurrijker is dan Everhard.
Wat opvalt in de beschouwingen is, dat het talent van de pianiste steeds opnieuw dik wordt onderstreept: ‘wat heeft ze een mooie aanslag en warme voordracht’. ‘Ze lijkt er geen enkele moeite mee te hebben het publiek in vervoering te brengen’. ‘Met spel op zo’n hoog niveau is bijval oogsten eerder regel dan uitzondering’. Uit de krantenkolommen blijkt tevens dat Bertha vaak de redder van de avond is. Dat gebeurt bijvoorbeeld in november 1939 wanneer ze de schijnwerpers deelt met zangeres Marie Heymans. ‘Er zijn bloemen in overvloed voor Heymans’, schrijft de scribent, ‘maar degene die ze echt verdient, Bertha von Essen, verlaat met lege handen het podium’.

Graficus

Dat binnen de familie Von Essen niet alleen Bertha culturele aspiraties heeft, wordt in de jaren 20 duidelijk wanneer broer Hein zich als (een succesvol) dichter en graficus etaleert. Net als Bertha is Hein verzot op muziek. Hij musiceert volop en schrijft (veel gelezen) verzen. Een eerste publicatie ‘Verzen’ (1916) wordt gevolgd door het eind 1923 verschenen ‘Verzen van het stille uur’. In 1926 is er het
Maskeralbum vol etsen.
Een samenwerking tussen Dini en Bertha.          Foto: PR
Recensenten zijn het er over eens dat het hier om een zeldzaam talent gaat. Maskers (en dan vooral gemaakt van papier waardoor er weinig de tand des tijds hebben doorstaan) ontwerpt hij ook voor de voorstellingen van zijn (tweede) vrouw, de bekende balletdanseres (Aren)dini Bergsma. Zij overlijdt in 1933 plotseling op veel te jonge leeftijd (36 jaar). In 1937 werpt Hein zich op als voorzitter van de 1
e afdeling (nu Beeldende Kunst) van de Haagse Kunstkring. In 1939 wordt hij algemeen secretaris, een functie die in 1942 wordt overgenomen door zus Bertha. Zij is dan inmiddels uitgegroeid tot een gerespecteerd concertpianiste en begeleidster, die in 1932 met ‘Bouw en geschiedenis van het klavier’ een standaardwerk aflevert. In een van de besprekingen zegt de recensent: ‘De lezer vindt hier in vlotten verteltoon een volledige geschiedenis van het ontstaan van het hamerklavier en de modernste piano’s en vleugels en een uitgebreide beschouwing over het wezen en de mekaniek van de oude en nieuwe instrumenten met snaren en toetsenbord. De muziekliefhebber die dit fraai uitgevoerde boek, dat van talrijke, duidelijke illustraties is voorzien, leest, zal ongetwijfeld een dieper inzicht krijgen in de muziek der verschillende perioden en haar wijze van uitvoering’.
Tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw worden nieuwe exemplaren verkocht. Als muziekstudent hoort het bijna tot de standaarduitrusting. In 1945 schrijft ze samen met Eitel Ross - hij zou na de dood van Everhard van Beijnum in 1957 haar tweede man worden - een tweede boek: ‘Wegwijzer door de algemene muziekgeschiedenis’. Of ze ooit flink aan deze uitgaven heeft verdiend, valt te betwijfelen. Haar vriendin Nora merkt droogjes op: ‘Bertha heeft nooit enige materiële status nagestreefd. Als ze van haar inkomen kon wonen, eten, zich kon kleden en dan wat zakgeld overhield, was ze tevreden. Bij ziekte nam ze geen dokter. Met haar kennis van pharmacie genas ze zichzelf. Tot een gebroken been toe’.

Huwelijk

Dat Bertha haar praktijk als piano-onderwijzeres aan de Pijnboomstraat, middels advertenties, extra leven inblaast, heeft met het stranden van haar huwelijk met Everhard van Beijnum, in maart 1936, te maken. Er moet tenslotte brood op de plank komen. Al na een paar maanden komen beiden er achter een enorme fout te hebben gemaakt. Om die reden kiezen ze opnieuw voor elkaar. Wat binnen de privé-sfeer opvalt is, dat Eitel Gustave Jean Ross, volgens de Haagse burgerlijke stand haar tweede man, niet op haar overlijdenskaartje is vermeld. En foto’s
Concert voor twee piano's.     Foto: N.M.I.
geven aan, dat Bertha na haar dood in het graf van Petrus Cornelis Le Granse is bijgezet. 

Hoewel bevlogen als lerares, waardoor, zo blijkt uit correspondentie, veel leerlingen met veel genoegen terugdenken aan hun opleiding bij Bertha von Essen, zit het haar privé niet mee. Ze heeft vaak pijn. Het is een aanleiding, zo blijkt uit haar paspoort, om regelmatig in Spanje te verblijven. Dat de pianiste na de Tweede Wereldoorlog vrijwel nooit meer op een concertpodium is te vinden, komt ook omdat ze begin jaren vijftig door een ongeluk blind wordt. Ze leert braille, maar haar gezichtsvermogen herstelt zich. Toch meent ze dat een nieuwe uitdaging zich heeft aangediend. Gevolg is, dat ze in januari 1955 aan een studie grafologie (analyse van handschriften) begint. Ondertussen leent ze zich voor huisconcerten. Zo vraagt staatssecretaris Kruisinga haar in juni 1971 te komen spelen voor het personeel. Dat doet ze met een sonate van Händel en een van Beethoven. Bertha is dan net verhuisd naar de Vondelstraat 100. Niet veel later is er het bejaardenhuis en moet ze constateren dat het leven er niet leuker op wordt. Ziekenhuisbezoeken bieden daarbij nauwelijks verlichting. Bertha von Essen slaapt op 16 april 1982 om elf uur in. “Godzijdank”, aldus Nora. “En wij blijven achter met de onuitwisbare herinnering aan een markante vriendin”.

© Haags Nieuws Bureau 2014