Posts tonen met het label wethouder. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wethouder. Alle posts tonen

vrijdag 10 januari 2025

Vergrootglas

Vergrootglas in strijd
tegen kleine letters

door Hans Piët 

Het zijn van die zaken waar je niet op durft te hopen, maar die uiteindelijk toch gebeuren. Ik bedoel welke vooruitzichten worden je als vergrootglas precies geboden. Misschien dat je een oudere heer mag bijstaan tijdens het bezichtigen van zijn postzegelverzameling of zijn vrouw wanneer ze in de avondschemer haar ’s middags aangeschafte roman wil lezen. Toegegeven, heel nuttig allemaal maar spannend!
De verrassing was daarom groot bij het in de fabriek aanhoren van heel andere plannen. Volgens een opgetogen directeur zou het wel eens een echt avontuur kunnen worden. ‘Hoewel de onderhandelingen nog volop aan de gang zijn, reken ik op een goede afloop’, zei hij. Wat er precies aan de hand is, werd duidelijk uit de gesprekken die de medewerkers met elkaar voerden. Het Haags Gemeentearchief is druk bezig met het digitaliseren van haar opgeslagen erfgoed en heeft besloten om, in tegenstelling tot andere belangrijke archieven als in Amsterdam en Arnhem bijvoorbeeld, na die digitalisering het originele materiaal niet meer uit te lenen. Dat is volgens de archiefwet niet toegestaan, maar Den Haag volgt haar eigen route. Letterlijk wordt er vermeld dat digitaal beschikbaar niet betekent dat het papier niet meer mag worden ingekeken. Wat blijkt is, dat de onderzoeker graag de authenticiteit van de informatie waarborgt. Een vergrootglas vertelde mij dat een idee waarmee het Haags Gemeentearchief speelt is, het dan na zo’n tien jaar te verwijderen omdat de opslag ervan te veel geld kost. Ze meent het vooralsnog te doen uit het oogpunt van bescherming. Het uitlenen van al dat papier is niet bevorderlijk voor haar status is het idee, ofwel het zou onnodige beschadigingen kunnen oplopen. Waar volgens mij geen rekening mee wordt gehouden, is dat veel onderzoekers vanuit praktische
Een heikel punt is, worden we straks
gratis uitgedeeld. Tekening: Hans Piët
overwegingen op 14 of 15 inch schermen werken. Gevolg… de letters van het gekozen document worden wel heel erg klein. Zelfs goede ogen zijn niet voldoende om bijvoorbeeld de jaarboeken van de gemeenteraad te bekijken zonder dat er vergroot en verkleind moet worden. Wie een adres of naam zoekt, kan bij Archieven.nl aan de slag. De doorverwijzing ‘bibliotheek’ biedt de oplossing. Daar zijn adresboeken van alle jaren te vinden. We hebben met z’n allen wel even moeten schateren, op het moment dat we het hoorden. De letters op het beeldscherm zijn zo klein dat je minimaal drie van ons nodig hebt om iets te kunnen lezen, tenzij je vergroot en verkleind. Bovendien ben je al snel een halve dag bezig om de soms 1400 pagina’s door te werken. Er kan namelijk niet op naam of straat worden gezocht. Behalve een heidens karwei ook erg tijdrovend. Vastgesteld werd, dat er in elk geval bij een bezoek aan de studiezaal van het archief een soepele oplossing voor handen moest zijn. Als vergrootglas was ik er niet bij, maar een antwoord leek niet zomaar voor het grijpen. Volgens medewerkers van de fabriek heeft het zeker drie maanden geduurd. Het ging soms om felle discussies tijdens de reguliere maandagvergaderingen. Hadden ze het aan mij gevraagd, dan had ik ze direct in de goede richting kunnen sturen. Uiteindelijk functioneren we al sinds de negende eeuw en met erg goede resultaten. Wat ik heb begrepen, is dat er tijdens die bijeenkomsten een aantal zaken speelde. Een heel belangrijke was ‘maar hoe groot moet dat vergrootglas dan worden’. Mijn broeders moeten niet te zwaar in de hand liggen en niet te groot zijn want dat is onhandig. Zeker wanneer de onderzoeker besluit hem mee te nemen tijdens zijn speurtocht in het archief. Een andere vraag die speelde was, moeten wij voorzien worden van verlichting? Het lijkt mij niet echt nodig, maar misschien denken onderzoekers die de oudheid blootleggen daar heel anders over. Het zou verstandig kunnen zijn om, tegen de tijd dat een beslissing nabij is, een enquête te houden om vast te stellen hoe iedereen daar tegenaan kijkt. Dan kan direct de vraag worden beantwoord of voor een vierkant glas moet worden gekozen. Ik zie de voordelen niet, maar misschien ben ik als rond glas bevooroordeeld. Een ander heikel punt tijdens die vergaderingen was, gaan we als gemeentearchief die vergrootglazen gratis uitdelen of moet de toekomstige eigenaar ervoor betalen.
Staat de wethouder straks klaar met
een tas vol geld. Tekening: Hans Piët
Voordeel bij het weggeven is, dat je hem kunt voorzien van een logo van het Haags Gemeente Archief. Dat levert dan een speelse vorm van promotie op waardoor mogelijk meer onderzoekers voor een bezoek aan de studiezaal kiezen. En ik wil best bekennen, dat het extra charme aan mijn glas zou geven. Nadeel is mogelijk dat mensen het als een collectors item gaan beschouwen. Met een tip van vrienden of kennissen komen ze dan even langs, terwijl ze anders nooit het archief bezoeken. Dat wordt dan nog een hele klus voor de medewerkers van de studiezaal om degenen die onderzoek komen doen te scheiden van mensen die uit zijn op niet meer dan het kleinood. Belangrijke vraag wordt dan, hoe wijs je die personen op een vriendelijke manier de deur. Je kunt dit alles voorkomen door bij binnenkomst het glas uit te delen en het bij het weggaan weer terug te vragen. Bij duurdere exemplaren is dat niet onlogisch. Maar ook daar zitten haken en ogen aan. Het lijkt misschien geen probleem om ons aan het einde van de dag allemaal in een la te deponeren, maar ik wil nu al gezegd dat een ongeluk in een klein hoekje zit. En aan zo’n beschadigd glas heb je niets. De onderzoeker wil zeker zijn van zijn zaak. Hij wil niet drie keer moeten kijken omdat er een kras in de weg zit. Zeker niet omdat het om het kijken op een beeldscherm gaat. Onderzoek heeft uitgewezen dat dit zo wie zo slecht is voor ogen. De belangrijkste vraag is echter, wie gaat het financieren! Staat de wethouder glimlachend klaar met een tas vol geld of wordt de archivaris opgedragen een bijbaantje te nemen om zo ons bestaan te garanderen.
Het pleit niet voor me, maar als je het mij vraagt, is de beste oplossing vooralsnog, al het archiefmateriaal in de studiezaal van het Haags Gemeentearchief onbeperkt ter beschikking te stellen. Nou ja, de toekomst zal het leren.

© Haags Nieuwsbureau 2025

maandag 10 augustus 2015

restafvalcontainer

Pijnboomstraat decor
voor drijvend restafval

door Hans Piët

DEN HAAG - Het is een groots plan, geboren bij de koffie-automaat, op een verloren dinsdagochtend. De vraag van de ambtenaren, die hun tijd staan vol te maken, is simpel; hoe kunnen we als gemeente Den Haag weer eens internationaal van ons doen spreken? En opeens is er dat idee. "We zijn in Den Haag bezig met het plaatsen van ondergrondse restafvalcontainers. Zou het niet leuk zijn als we daarbij het fenomeen 'waterland' op een unieke manier kunnen uitdragen", is de opmerking van een tegen zijn pensioen aankijkende ambtenaar. Iedereen knikt instemmend.
''Het is een absolute wereldprimeur als de stad kan aangeven over drijvende ondergrondse restafvalcontainers te beschikken. Ik zie de jaloerse blikken van andere steden al voor me", voegt een collega toe. "Als je voor een transparante omgeving van de bak zorgt, doen filmpjes op bijvoorbeeld You Tube de rest. Het zou dan zomaar kunnen uitgroeien tot een toeristische attractie".
De mineur op de gezichten van omstanders geeft aan, dat het misschien een aardig idee is, maar dat de uitvoering onbegonnen werk is. Aan het plaatsen van die orac's gaat een strak georkestreerd plan vooraf. Zo is er bijvoorbeeld een milieudeskundigonderzoek om de bodemgesteldheid te peilen.

 Drijvend afval! Het kan zomaar. De bakken mis-
 sen namelijk een afwateringssysteem.
                                    Foto: Haags Nieuwsbureau.


Blijkt tijdens die twee weken dat de grond niet geschikt is of er te veel kabels liggen, dan wordt het plan herzien. Dit tot groot ongenoegen van de betrokkenen. Het betekent min of meer dat, ingegeven door de strenge, opgestelde regels, een geheel nieuw ontwerp voor het betrokken gebied nodig is. Eén van die regels is, dat de afstand, die de bewoner met zijn vuilnis aflegt, niet meer is dan 75 meter. Om echt grote problemen en protesten voor te zijn, biedt wethouder Tom de Bruijn (D66, milieu) de bewoners, voordat tot plaatsing wordt overgegaan, inspraak. Een handige manier om de burger tevreden te houden, terwijl hij en zijn ambtenaren een minimum aan arbeid hoeven te verrichten. Het zijn immers de bewoners die de knelpunten aanwijzen en oplossingen aandragen!
De taak van bijvoorbeeld Hanneke Schippers, als stadsdeeldirecteur Segbroek, is vooral om te benadrukken dat de restafvalcontainer voor een schonere en prettigere leefomgeving zorgt. Zo hoeven die 'stinkende' vuilniswagens niet meer wekelijks door de wijk - dat die ophalers zonder werk komen, is een ander verhaal - en kan de bewoner op elk moment van de dag - op loopafstand - zijn rommel kwijt. Wat wil je nog meer!

Wens

Het College van Burgemeester en Wethouders heeft in juni 2015 het definitieve plaatsingsplan voor wijk 52 vastgesteld. En daarmee de wens, zo je wilt de fantasie, van het groepje ambtenaren vervuld. Binnenkort gaat Den Haag de geschiedenis in als de eerste stad met een drijvende ondergrondse restafvalcontainer. Vraag is wel of de gemeente zit te wachten op de forse, extra kosten die dat met zich meebrengt. Wanneer het daadwerkelijk fout loopt, zal als excuus worden aangevoerd dat milieudeskundigonderzoek niet nodig leek in de Bomenbuurt. "We hebben de verschillende kaarten erbij gepakt en zo, eigenlijk zonder veel problemen, de betonbakken in de wijk kunnen plaatsen", is straks het verweer.
Dat Tom de Bruijn in de Pijnboomstraat met die ene maatregel een andere ondergraaft, mag op z'n minst pijnlijk heten. Hij is namelijk ook wethouder van verkeer. In die hoedanigheid wil hij zoveel mogelijk mensen op de fiets hebben. Als stimulans hiertoe deelt hij fietsnietjes uit. Hoeven mensen niet elke avond hun dure fiets de portiektrap op te sjouwen of in de te smalle gang te plaatsen. En laat nou net op de plaats waar in de Pijnboomstraat die nietjes zijn te vinden, die ondergrondse restafvalcontainer zijn gesitueerd. Wat het (heel) duidelijk maakt, is hoe intensief dat onderzoek van twee weken wordt uitgevoerd. Waren die deskundigen daadwerkelijk naar de Pijnboomstraat gekomen dan hadden ze in een oogopslag gezien waar die bakken met containers het best zouden passen. Er is namelijk genoeg ruimte voor beide voorzieningen.

Waterplas

Was het om een echt grondig onderzoek gegaan, dan waren ze er bovendien achter gekomen, dat plaatsing voor de percelen nr. 43 tot en met 53 vanuit historisch oogpunt onverstandig zou zijn. De geschiedenis leert namelijk dat dit deel van de Pijnboomstraat aan het begin van de vorige eeuw een waterplas was. Het maakte onderdeel uit van een 49 hectare groot weiland dat in 1913 door Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende Goederen 'Houtrust' werd verkocht aan Bouwgrondmaatschappij 'Duinrust'. Die bodemgesteldheid zorgde ervoor, dat er niet te veel werd betaald. Een koper als Cornelis Fransdonk (Pijnboomstraat 43 t/m 53) en een bouwer als Willem van den Boogaard (19 t/m 41) waren vervolgens iets goedkoper uit. Gevolg is wel, dat bewoners nog altijd, regelmatig te maken hebben met natte kelders. De geschiedenis leert ook, dat het, met zo'n situatie, goed is die grond zoveel mogelijk ongemoeid te laten. Dat voorkomt zaken zoals bijvoorbeeld scheuren in gevels en verzakkingen. Vraag is dan of het verstandig is om juist op die plek een groot gat te gaan graven om een betonnen bak kwijt te kunnen.
Nu mag het vooruitzicht van een drijvende, ondergrondse restafvalcontainer in de inmiddels meer dan honderd jaar bestaande wijk een leuke utopie zijn, vraag is of bewoners, nadat de aandacht is verdwenen, er nog net zo blij mee zullen zijn. Er is plaats genoeg om een stukje verder een gat te graven en tot plaatsing over te gaan. En dat is uiteindelijk wel zo goedkoop.





woensdag 23 juni 2010

Betaald parkeren

DEN HAAG KWAM IN 1935 ALS EERSTE GEMEENTE MET PARKEERGELDHEFFING

Wethouder van verkeer
ontwricht sociaal leven

door Hans Piët

DEN HAAG – Met het invoeren van betaald parkeren in heel Den Haag hervat Peter Smit, wethouder van verkeer (VVD), een oude traditie. Vijfenzeventig jaar geleden, om precies te zijn op maandag 20 mei 1935, nam de Haagse gemeenteraad een verordening aan die inhield dat iedere automobilist jaarlijks 12 gulden (ofwel € 5,45) moest betalen voor het stallen van zijn voertuig voor huis of bedrijf. Wie 20 gulden (€ 9,08) afdroeg mocht ook gratis gebruik maken van de in de stad gelegen parkeerterreinen.
Den Haag was daarmee de eerste gemeente in Nederland die een parkeergeldheffing instelde. Wat opvalt, is dat ook in die periode sprake is van een economische crisis. Een verschil is, dat enige protesten van betekenis tegen dit zogenoemde slaapparkeren nu uitblijven. In de twee jaar voor de invoering waren het vooral de K.N.A.C. (Koninklijke Nederland Automobiel Club) en de ANWB die steeds opnieuw juridische stappen ondernamen om de rechtsgeldigheid te toetsen. Zo bleek de maatregel in strijd met artikel 41 der motorrijtuigenbelasting, mede doordat Den Haag er een belastingverordening van wilde maken. Naleving ervan zou gecontroleerd gaan worden door belastinginspecteurs. Wettelijk was echter vastgelegd dat ‘buiten de motorrijtuigenbelasting geen andere belasting ter zake van het rijden door automobilisten mocht worden geheven’. Den Haag kreeg echter (tijdelijk) toestemming van de Kroon. Tijdens die strijd omschreef de K.N.A.C. de belasting als “een groot gevaar voor een gezonde ontwikkeling van het automobilisme”. Een rekensom had namelijk geleerd, dat de verschillende overheden bijna 500 gulden (€ 226,89) per auto aan belastingen ontvingen.

Ontwricht

Anders dan 75 jaar geleden, zo wijst onderzoek uit, is dat de (belasting)maatregel, die op 1 juli 2010 in de Bomenbuurt, als een van de laatste Haagse wijken, wordt ingevoerd, het sociaal leven in de stad enigszins ontwricht. Hoewel een dwarsdoorsnede van de Haagse inwoners werd ondervraagd, kan de analyse niet als representatief gelden omdat niet meer dan 30 Hagenaars waren betrokken. Een van de opvallende kenmerken is echter, dat ongeveer de helft van de ondervraagde autobezittende inwoners aangaf veel minder de deur uit te gaan dan voorheen. Zo worden bezoeken tijdens verjaardagen en feestdagen steeds vaker overgeslagen. Het spontaan even langsrijden, lijkt helemaal afgelopen. Parkeergeld en –druk dienen daarbij, bij zowel het bezoek aan familie als vrienden, die niet op loopafstand wonen, als argument. Uiteindelijk kan de bezoekerspas maar een keer worden ingezet. En de bewonersvergunning geldt, anders dan in de jaren dertig, alleen in de eigen buurt. Dit blijkt vooral een probleem in wijken waar de parkeerdruk met het invoeren van het slaapparkeren niet is afgenomen. “Wie zijn auto niet in de eigen buurt kwijt kan en daarom uitwijkt naar een nabijgelegen rayon, krijgt een bekeuring als bij controle blijkt, dat een kaartje uit de automaat ontbreekt ”, bevestigt persvoorlichter Lia Bos.
“Een moderne techniek als skype, waarbij je via de webcam kunt praten, is een alternatief voor de (sociale) armoede die is ontstaan, maar haalt het niet bij een avondje gezellig met elkaar doorzakken”, is een van de reacties op het teruggelopen familiebezoek. Maar bijvoorbeeld ook restaurants, die in hun buurt het betaald parkeren zagen komen, hebben, door de bank genomen, minder gasten.

Kleingeld

Wat de meeste mensen steekt, is de contradictie met het veiligheidsbeleid van de gemeente. “Je moet altijd kleingeld op zak hebben, en niet weinig, want bij de automaat met je pas betalen is in veel gevallen onmogelijk. Hoe bedoel je, dat dit de 21e eeuw is”, laat een van de ondervraagden geërgerd weten.
Waar veel mensen tevens verbolgen over zijn, is het exuberante bedrag (€ 420), dat voor de tweede auto binnen een gezin, moet worden neergeteld. “Als man en vrouw beiden een baan hebben, kan dat bedrag mogelijk worden gedeclareerd, maar waar haalt een bij zijn ouders wonende zoon of dochter, met een baantje in het weekeinde, dat geld vandaan? Bovendien, als dat de derde auto binnen het gezin is, valt deze buiten de verkrijgbare vergunningen”, luidt een van de reacties. “Daar moet dus zeven dagen per week, gedurende de parkeertijd (veelal tussen 18.00 en 24.00 uur), voor worden betaald”.
Een rondgang langs Haagse makelaars leert, dat het invoeren van betaald parkeren - in de afgelopen twee jaar - slechts zelden reden is om het koophuis van de hand te doen. “Het komt voor, maar een trend is het zeker niet”. Ook blijkt het nauwelijks van invloed op het kopen van een pand. “Betaald parkeren wordt niet altijd als negatief ervaren, mede doordat de vergunning, in vergelijking met bijvoorbeeld Amsterdam, erg laag is. Vooral mensen die beiden werken en pas ’s avonds thuis komen ervaren de invoer als een zegening, zeker als het huis aan een gebied grenst waar betaald parkeren al van kracht is. Ze merken dat ze niet meer vier keer door de wijk hoeven te crossen om hun auto kwijt te raken”, aldus de makelaars.

Ergernis

Dat het betaald parkeren niet altijd ontlast, mag als grootste ergernis gelden. Woede is er dan ook over de nogal kromme redenering van Hoofd Parkeren, Anita Vos-Tijdhof. Zij laat in een schrijven aan bewoners weten: “Er zijn nog altijd meer auto’s dan parkeerplekken in de stad. Betaald parkeren zorgt ervoor dat er meer plekken beschikbaar zijn voor u als bewoner”.
Dan lijken de motieven van de wethouder van Verkeer edelmoediger. Net als het gemeentebestuur in de jaren dertig van de vorige eeuw, vindt Peter Smit, dat “het blik op straat te veel domineert”. Hij wil vooral toezien op het behoud van de kwaliteit van de openbare ruimte. In zijn visie zouden Hagenaars hun auto moeten wegdoen en gebruik moeten maken van fiets of openbaar vervoer. Een inzicht waarvoor ook in de jaren dertig (een achteraf heilloze) strijd is gevoerd.
Smits toekomstvisie op het faciliteren van de parkeerbehoefte is vastgelegd in 'Parkeerkader Den Haag 2010 – 2020'. De strekking van die nota lijkt al in de jaren dertig van de vorige eeuw geformuleerd. Wie boze opzet vermoedt, zou zelfs kunnen concluderen dat de verslagen van de gemeenteraad uit 1935 als leidraad hebben gediend. Uitgangspunt dit keer is, dat 's Gravenhage een aantrekkelijke internationale stad blijft om te wonen, te werken, te winkelen en te recreëren.

Parkeerdruk

Den Haag (waar 46 procent van haar inwoners geen auto heeft en onderzoek uitwijst dat het voertuig 80 procent van haar tijd stilstaat) wil, anders dan in de jaren dertig, de inkomsten ook daadwerkelijk voor het verminderen van de parkeerdruk gebruiken. In 'Parkeerkader Den Haag 2010 – 2020' valt (gestaafd met statistieken) te lezen welke plannen er zijn met het geld. Zo is er € 120 miljoen nodig, onder meer om de groei in parkeerplaatsen (zo'n 4000 in de komende periode) te kunnen oplossen. De gemeente denkt met het invoeren van betaald parkeren burger en reiziger te prikkelen bewuster te kiezen voor de auto of een ander vervoermiddel. Bovendien biedt het huishoudens met een eigen terrein een impuls de auto niet op straat te zetten. Hierdoor vermindert de parkeerdruk, is het idee (al merken ze daar in bijvoorbeeld het Belgisch Park weinig van). Wat de economische gevolgen zijn, moet nog blijken. Het invoeren van betaald parkeren in de badplaatsen langs de kust zorgde in de tweede helft van de jaren dertig voor een schrikbarende daling van het aantal bezoekers. Dit was dan ook een belangrijke reden om begin jaren veertig in te stemmen met het besluit van de minister van Binnenlandse Zaken nog slechts parkeergeld te heffen bij parkeerterreinen. Spelbreker dit keer in Scheveningen zou de opknapbeurt kunnen zijn die de badplaats de komende drie jaar ondergaat.
De motieven voor het invoeren van parkeergeld lagen aan het begin van de vorige eeuw anders. Den Haag zag het vooral als een welkome, extra bron van inkomsten of, zoals wethouder Quant het verwoordde: “het zijn niet te versmaden baten”. Het gemeentebestuur zag het in eerste instantie als een compensatie voor de gedwongen vermindering van de vermakelijkheidsbelasting met 35000 gulden (bijna 16000 euro) per jaar. “Mensen die er een gewoonte van maken het voertuig voor of in de omgeving van hun woning, kantoor, fabriek, winkel, magazijn, werkplaats of garage te zetten, moeten hiervoor betalen”, zo werd tijdens de gemeenteraadsvergadering, begin mei 1935, geopperd. Tegengas werd gegeven met een opmerking, die eigenlijk niets aan actualiteit heeft ingeboet: “als eenmaal het principe ervan is aangenomen, vormt het geen beletsel meer het geld steeds te verhogen”. Of dat gebeurt, moet de toekomst uitwijzen.

© Haags Nieuws Bureau 2010