maandag 8 juni 2026

Sigaar

Hoe sport tot leven komt dankzij het sigarenmagazijn

De strijd om een
fraaie lichtbak

door Hans Piët

DEN HAAG –In het begin van de vorige eeuw is het als heer van stand gebruikelijk om bij gelegenheid een sigaar te roken. Hoewel statistieken aangeven dat er met het vervaardigen van die rookwaar geen florissant bestaan wacht, telt ’s-Gravenhage tussen 1890 en 1930 vijfenveertig tabak- en sigarendrogerijen. Die panden zijn te vinden in onder meer de Hofwijckstraat 43/45, Stationsweg 38, Papestraat 7, Hobbemastraat 129, Boekhorststraat 37 en Balistraat 67. De Residentie heeft in die periode ook vijf sigarenfabrieken met onderkomens in onder meer de Prins Hendrikstraat 46, Noordwest-Binnensingel 46 en de Retiefstraat 5. Opmerkelijk, ook omdat het verkrijgen van een vergunning veelal op zich laat wachten en buurtbewoners vaak protesteren tegen de komst. Ze menen dat aan de waarde van hun woning “aanzienlijke schade zal worden toegebracht”.
Het ontwerp van de 'Elwawi'-lichtbak voor Daniël Smeltzer.         Tekening: HGA



Daniël Martinus Smeltzer is chef-beheerder van het filiaal van de N.V. A. Hillen’s Sigaren- & Tabaksfabrieken, het magazijn ‘Prinsenhof’ aan de Oude Delft 82 in Delft. Hij zit ook in de directie van N.V. Tabaks- en Sigarenfabriek v/h G. van der Spek. Aannemelijk is te veronderstelling dat de op 29 juni 1884 in Herwen & Aerdt (bij Lobith) geboren Daniël bij zijn verhuizing in april 1923 naar ’s-Gravenhage voor een soortgelijke functie heeft gekozen. Niets is minder waar.

Scherpe achteruitgang

Dat hij bij Hillen’s sigarenfabrieken vertrekt, heeft te maken met de scherpe achteruitgang van het bedrijf, dat in 1770 door Gerrit Hillen is opgericht en na zijn dood door zijn zoon Albertus is voortgezet. Het is daarmee de oudste fabriek van ons land. In maart 1921 is er bij de fabriek ontslag voor 25 sigarenmakers ‘wegens slapte’. Een aantal jaren wordt er ook geen dividend uitgekeerd. In 1929, Daniël werkt er niet meer, wordt op de jaarvergadering van aandeelhouders opgemerkt ‘dat de zaak door en door ziek is’. In september van dat jaar vraagt directeur Cornelis Nicolaas Johannes Hioolen zijn ontslag aan. Op 18 februari 1937 is het eindpunt van de firma daadwerkelijk bereikt. Even later, op 17 juli van dat jaar, worden de fabrieken, naar een ontwerp van Hioolen en in 1910 neergezet, voor 51.300 gulden (€ 23.279) doorverkocht aan N.V. Koninklijke Fabriek F.W. Braat uit Delft.
Daniël staat dan al een aantal jaren op eigen benen als eigenaar van een tabakswinkel. Samen met zijn vrouw Elisabeth Jacoba van Hest (geboren op 5 juli 1886 in Leiden) en dochters Elisabeth Jacoba Henriette (1909) en Jenneke Johanna (1911) heeft hij voor de Javastraat 112 gekozen. De huurwoning ligt op de hoek met de Frederikstraat. Daar verkoopt hij onder de naam sigarenmagazijn Elwawi, geïmporteerde sigaren, sigaretten en pijptabak met als specialisme de verkoop van zandblad-sigaren van 3 cent per stuk. Het is een tijd dat er anders dan tegenwoordig, naar die rookwaar wordt gekeken. Het roken van een sigaar of 
Prijscourant van sigarenfabriek
A. Hillen uit Delft. Foto: archief.
pijp wordt in die periode over het algemeen ervaren als opwekkend terwijl het tegelijkertijd rust brengt en ontspannend is en daardoor een weldaad voor de mens.
Die sigarenwinkel is niet het enige dat Smeltzer bezighoudt. Zo staat hij op 30 juli 1924 met initiatiefnemer Matthijs Willem Spoor, van beroep behanger, kapper Andries Hollinga en pianostemmer en -handelaar François Herman Joseph Philip Keislair aan de wieg van de Vereeniging van Winkeliers in den Archipel. De eerste winkelweek wordt gehouden van 22 tot en met 30 november 1924. Hij gaat van start met een wandeling door de wijk van het Archipel-muziekkorps. Voor de kinderen is er een letterraadsel uitgestippeld. De prijzen zijn beschikbaar gesteld door verscheidende winkeliers. Honderdzeventig nemen deel en doen zo automatisch mee aan de etalagewedstrijd, waarbij door de bewoners de meest aansprekende etalage wordt gekozen. Na een aantal van die winkelweken, is de conclusie van de bewoners dat Daniëls sigarenmagazijn Elwawi een van de Archipelzaken is, die altijd een goede etalage heeft. ‘Het is een parel in de wijk’.

Voorzittershamer

Een aantal jaren later neemt Daniël de voorzittershamer over van Matthijs Spoor. De oud-voorzitter van de Algemeene Nederlandsche Bond van Behangers, Meubelmakers en Patroons kwakkelt met zijn gezondheid. Hij overlijdt op 14 maart 1930, 52 jaar oud. Daniël heeft dan al laten zien een bezig baasje te zijn. Zo is hij in 1921 penningmeester van het Eijken Comité, dat geld inzamelt om werktuigkundig ingenieur Frits Evert Eijken te huldigen. De amateur-roeier heeft in het Britse Henley de Diamonds-sculls gewonnen.
Dat Daniël een groot voetballiefhebber is, blijkt nog eens in 1923 wanneer hij als secretaris plaatsneemt in het comité dat de Delftse voetbalvereniging D.H.C. huldigt. Daarbij krijgen de spelers een gouden dasspeld als aandenken uitgereikt. In 1925 is de sigarenboer aanwezig in een sub-comité van het Haagsch Olympisch Comité. Om steunverlening ten bate van de Olympische Spelen te voeren, wordt een sportoptocht in de Archipelwijk georganiseerd.
Wat opvalt aan zijn winkel in de Javastraat 112 is niet alleen de kleurrijke lichtbak met de naam van de zaak en de stijlvol ingerichte etalages, maar ook het bord en het kastje die aan de muur zijn bevestigd. De eerste voor het tonen van de voetbaluitslagen van de 1e klasse wedstrijden over geheel Nederland. Tijdens het sportseizoen van zaterdagavond 8 uur tot maandagmorgen 12 uur. “Dus tot na het verspreiden van de ochtendkranten”, aldus Smeltzer.
Het zogenoemde standenkastje, door het publiek aangeduid als Standenbord, is 172 centimeter hoog, 46 centimeter breed en 8 centimeter diep. In dit kastje zijn 22 miniatuur voetballers in de kleuren van de voetbalclubs geplaatst. De achtergrond is een ladder. Boven de hoogste trede staat geschreven ‘Naar het kampioenschap van Nederland’. Als een club wint krijgt hij van de K.N.V.B. twee punten, bij gelijk spel 1 punt. Het ‘standenbord’ geeft de hele week aan hoeveel punten de clubs hebben. “De praktijk wijst uit dat het bijhouden hiervan door jong en oud, arm en rijk met belangstelling wordt gevolgd”, aldus Daniël. “Ik ontvang regelmatig complimenten”.  
Werktekening van de Laan van Meerdervoort 37 t/m 43.
Smeltzer gebruikt de linker winkel. Tekening: Hans Piët.
Tijdens het voetbalseizoen maakt hij op zondag ook gebruik van vier vlaggen- stokken. Daarmee geeft hij aan of de 1e klasse Haagse voetbalclubs H.V.V. (een geel-zwart-gele vlag), H.B.S. (de kleuren zwart-rood-wit-zwart), V.U.C. (zwart-wit-zwart) en A.D.O (rood-groen-rood) spelen. Ze worden uitgestoken van ’s ochtends 9 uur tot ’s avonds 9 uur maar alleen als de clubs spelen. Dat levert geen problemen op totdat hij per 1 juni 1930 noodgedwongen moet verhuizen. De eigenaar heeft nieuwe huurders voor zijn pand gevonden. Het gaat om de muziekwinkel van Hoeks & Hemsing, die een ruime sortering aan klassieke en moderne muziek aanbiedt. Heel succesvol is die onderneming niet. Reden waarom het bedrijf in november 1933 plaats maakt voor Reformwinkel van Os. De firma, waar onder meer Forma Natura-schoenen, ‘gemaakt volgens de natuurlijke vorm van de voet’, te koop zijn, verhuist wegens uitbreiding van de Mezenlaan 50 naar de Javastraat 112.

Erelid

Daniël Smeltzer kiest bij zijn verhuizing voor de Laan van Meerdervoort 39. Bij zijn afscheid wordt de sigarenhandelaar benoemd tot erelid van de Vereeniging van Winkeliers van den Archipel. Hij geeft de voorzittershamer over aan François Keislair. Om geen problemen te krijgen, vraagt hij begin mei een vergunning aan voor het plaatsen van de oude lichtbak op de nieuwe winkelpui. De bedoeling is hem direct boven de winkelruit te bevestigen. “Hem plaatsen tussen de 2e en 3e etage heeft geen zin, aangezien deze reclame het wel en wee van mijn zaak uitmaakt”, laat hij Jacobus Willem Leijh, hoofdinspecteur bij Bouw- en Woningtoezicht, weten. “Indien u de lichtbak een dezer dagen laat controleren, gelieve er rekening mee te houden dat het derde deel dat aangeeft: ‘zending door de geheele wereld, speciaal voor de koloniën’ wat verkleurd is. Met de plaatsing zal hij weer op kleur worden gebracht. Ook de lijst wordt opnieuw geschilderd. Tenslotte heb ik nog één verzoek. Door het wat laat tot overeenstemming komen met de (nieuwe) huisbaas (de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende Goederen ‘Carnegielaan’) en in de veronderstelling dat het overplaatsen van de lichtbak geen moeilijkheden zou opleveren, slechts twee jaar geleden heb ik een keurige tekening in kleur overlegd, is de tijd wat beperkt geworden. Ik verzoek u beleefd deze aanvraag zodanig te behandelen dat ik in de week van 25 t/m 31 mei de bak kan laten plaatsen. De bedoeling is op 2 juni te heropenen”.
Beeld dat aangeeft hoe de lichtbak
op de gevel komt.     Foto: archief.
Helaas. Op 5 augustus 1930 krijgt het college van burgemeester en wethouders van architect Rudolf Carl Mauve, secretaris van de Schoonheidscommissie voor de gemeente ’s-Gravenhage, de mededeling ‘dat vanuit welstandsoogpunt bezien deze lichtbak niet ter goedkeuring is aan te bevelen’. Eerder, op 30 juni, heeft er al een discussie over het voorwerp plaatsgevonden met onder anderen Gijsbertus Anthonius Meijer, directeur van het Gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht. Daarbij werd vastgesteld dat de verplaatsing weliswaar is goedgekeurd, maar dat het plaatsen problemen oplevert. De bak is te groot om boven de winkelruit te hangen. Op 29 juli laat Smeltzer weten dat met wat welwillendheid de reclame is aan te passen. “Het beschilderde glas heeft zowel boven als onder de figuur (de sigaar) en de aanwezige tekst genoeg ruimte die kan vervallen. Van ontsiering zal geen sprake zijn noch van enige misvorming. Daar tevens de lijst wordt verkleind zal hij nu wel op de gevel passen. Bovendien zal de lichtbak zijn diepte van 11 centimeter verliezen daar de verlichting kan worden aangebracht in de vrijkomende ruimte onder het kozijn. Het geheel zal daardoor aanmerkelijk beter bij de pui passen”.
De sigarenboer geeft aan dat er twee manieren zijn om de lichtbak op de gevel aan te brengen. Manier A is volgens hem het beste omdat dan de bijzondere architectuur van raam 3 geheel ongemoeid blijft. Bij keuze B houdt de bak het midden van de gevel, maar neemt het raam in zich op. “Voor mij is B met het oog op de ligging van de winkel ten opzichte van de aan de overzijde gesitueerde Van der Spiegelstraat beter, maar ik laat de plaatsing geheel aan uw inzicht over”, aldus Smeltzer.
De Roode Anker sigaar
van 15 cent. Foto: pr.

Koningin Wilhelmina

Hij vraagt wel of er haast gemaakt kan worden met de beslissing. "Ik heb veel tijd nodig gehad om alle gegevens bijeen te krijgen. Na uw eventuele goedkeuring is er nog het nodige werk, over verschillende schijven, door de veranderingen die tot stand moeten komen. Tegelijkertijd zag ik de lichtbak gaarne nog voor de feesten van H.M. koningin Wilhelmina geplaatst" - 1930 is een kroonjaar met de viering van haar vijftigste verjaardag, in Den Haag op 30 augustus ingekleurd met een lichtfeest.
Op 26 augustus 1930 verleent de gemeente Daniël Smeltzer officieel zijn vergunning voor het aanbrengen van de lichtbak. Dat is mede te danken aan Mauve. De architect en zijn schoonheidscommissie zijn blijkbaar van gedachten veranderd en hebben op 13 augustus laten weten dat “tegen het aanbrengen van bedoelde lichtbak geen overwegend bezwaar bestaat”.
Er zijn uiteraard wel voorwaarden aan verbonden. Zo mag de voorsprong buiten de gevel niet groter zijn dan 30 cm en de onderkant moet 2,75 meter boven het trottoir komen. De elektrische verlichting mag niet zodanig opeenvolgend in- en uitgeschakeld worden dat daardoor flikkerlicht ontstaat.

Economische terugslag

Smeltzer constateert dat hij op een verkeerd moment heeft moeten verhuizen. Zo heeft de handel en daarmee de winkelier te kampen met een forse economische terugslag (de crisis van de jaren dertig). Die wordt extra gevoed door de regering, die in 1929 het besluit neemt, dat na het sluitingsuur der winkels, tabaksartikelen mogen worden verkocht in hotels, cafés, restaurants, theaters, bioscopen en lunchrooms. Een firma als A.W. Zimmerman (gevestigd aan de Stationsweg 64 in Den Haag) speelt daar handig op in door sigarenautomaten te ontwikkelen. Zo’n apparaat moet vanaf begin1932 door bijvoorbeeld cafés en hotels worden aangeschaft. In dat jaar wordt de verordening van kracht, dat ook daar geen losse sigaren meer mogen worden verkocht. Reden voor Zimmerman om een handzame automaat te ontwikkelen die weinig ruimte inneemt op het buffet en makkelijk is te bedienen. Dubbeltje in de gleuf en de sigaar komt er onmiddellijk uitrollen.
Sigarenzakje van Elwawi.         Foto: pr.
In die jaren is er geen gebrek aan sigarenmerken, smaken, diktes en lengtes. Zo is het Blazertje, die iets dikker en vierkanter is dan een sigaret, in twee maten verkrijgbaar. Klein en iets groter. Ze worden verkocht per blik (30 stuks) voor 45 cent en de iets langere versie voor 60 cent voor dezelfde hoeveelheid. Er zijn sigaren met en zonder punt en in lengte variëren ze van 70 mm (de La Esquisita) tot 145 mm (de Espedicion). In prijs is er voor ieder wat wils. De goedkoopste is 2 cent de duurste 15 cent. Een Tip Top kost 2 cent en kan volgens de maker "door iedereen ongestraft worden gerookt", wie liever een Roode Anker Alvas Especiales neemt, moet 15 cent neertellen, maar heeft dan ook een sigaar in handen die uit bijzonder fijne tabakken is vervaardigd. De melange is licht en geurig. Wie voor een oud-Hollandsmodel wil kiezen, kan de India de la Habana van 3 cent nemen. Het is een sigaar zonder het eigenaardige prikkelende van tabak in neus en keel. In de loop der jaren past de verkoop zich aan. De losse verkoop van de sigaar verdwijnt en maakt plaats voor houten kistjes en blik. In die periode worden er jaarlijks zo’n 64.000 tabaksvergunningen, á raison van 5 gulden, uitgegeven terwijl de cijfers aangeven dat weinig meer dan 20.000 personen een behoorlijk bestaan in het vak kunnen opbouwen.
Een goede sigaar voor
vader.    Tekening: pr.
Smeltzer constateert dat de moeilijkheden veroorzaakt door het overplaatsen van de lichtbak, zijn zaak veel kwaad heeft gedaan. “Mijn reclamecampagne, die was bedoeld om het nieuwe adres te promoten, is hierdoor volledig mislukt”, laat hij aan de gemeente weten. “Ik heb de laatste maanden een geweldig werk gehad om een faillissement dan wel surseance van betaling te voorkomen”.
In al zijn onschuld, in de Javastraat 112 heeft het nooit problemen opgeleverd, hangt Smeltzer, na de opening van zijn winkel aan de Laan van Meerdervoort 39, het bord en het kastje weer op. Ook monteert hij de vier vlaggenstokhouders aan de gevel. Nog geen week later, begin september, ligt er een proces-verbaal in de brievenbus wegens het overtreden van de artikelen 1 en 11b der Algemene Politieverordening. Daniël reageert niet. Reden voor Jacob Leijh (op 16 maart 1878 geboren in Kampen) om een brief te schrijven waarin hij duidelijk maakt dat bedoelde reclamevoorwerpen ‘uit het oogpunt van welstand in verband met de omgeving, niet toelaatbaar zijn te achten’.
Smeltzer dient er zorg voor te dragen, 'dat de voorwerpen uiterlijk twee dagen na ontvangst van deze aanschrijving, zijn verwijderd'. Hij krijgt de waarschuwing, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 180 der gemeentewet. Zijn de reclamevoorwerpen niet weggenomen, dan worden ze door medewerkers van Gemeentewerken verwijderd. Daarna zal hij, tegelijk met het overhandigen van het materiaal, een opgave van de kosten krijgen, die hij direct zal moeten voldoen.

Sportpropaganda

Daniël verwijdert het bord, het kastje en de vlaggenstokhouders en besluit aan de gemeente een vlammend betoog te schrijven over hoe sigarenmagazijnen vanaf de start van de eeuw de sportpropaganda hebben gestimuleerd door initiatieven voor publicatie op zich te nemen. “Eerst veel later kwam de pers ook tot dat besluit, hoewel nog maar gedeeltelijk. Kranten en tijdschriften publiceren namelijk nog niet op een manier zoals het publiek dat wenst. Daar ik persoonlijk steeds van het standpunt ben uitgegaan dat het beter is door middel van sportberichten mensen aan te moedigen om naar de sportvelden te gaan in plaats van naar het café en ik bovendien een van de eerste en oudste winkeliers ben die met sportpublicatie is begonnen, heb ik bedoelde berichten ook steeds naar de tijd en eis gemoderniseerd. Ik ben dus met mijn tijd meegegaan. Ik heb er, zowel in Delft als in de Javastraat, steeds een grootse sportpublicatie op nagehouden. Daarbij hebben de verschillende autoriteiten het mij nooit lastig gemaakt. Op geen enkele manier. Sterker, ik ben steeds opnieuw gecomplimenteerd en aangemoedigd het werk voort te zetten. Ik bedoel hier, uit alle klasse van de maatschappij”.
Daniël beschrijft dat met zo’n verleden, het proces-verbaal rauw op zijn dak kwam vallen. “Ik was onwetend, dat ik in overtreding was”.
Hij richt zich bij zijn aanvraag om alsnog toestemming te krijgen in het voetbalseizoen gebruik te mogen maken van het ‘berichtenbord’ en het ‘standenbord’ direct tot burgemeester Patijn. Hij stuurt daarbij foto’s mee om de plaats op de gevel aan te geven en verzekert de stadsbestuurder dat het bord en het kastje niemand zal hinderen.
Op 5 december 1930 krijgt Daniël Smeltzer toestemming om gedurende het voetbalseizoen het berichtenbord en het standenkastje op te hangen. Voor de vlaggenstokken zijn geen termen gevonden vergunning te verlenen.

Korlvinke

Echt lang houdt de sigarenboer het niet uit aan de Laan van Meedervoort. Na drie jaar kan hij, zoals veel anderen, de economische depressie niet langer het hoofd bieden. Hij wordt filiaalhouder bij de N.V. P.H. Korlvinke & Co aan de Frederik Hendriklaan 265. De op 1 mei 1882 in Hoorn geboren Petrus Hendrikus Korlvinke,
Sigarenzakje van de firma Korlvinke & Co met
25 zaken in Den Haag en omgeving. Foto: pr.
die zich in 1904 met zijn eerste sigarenzaak in de Kazernestraat 19 in de stad ‘van luxe en verfijning’ vestigt, groeit in korte tijd uit tot een succesvolle sigarenhandelaar met 25 winkels in Den Haag, Scheveningen, Voorburg en Rijswijk. Die voortvarendheid in het zaken doen – hij komt uit een oud koopmansgeslacht - tekent zich ook af in het aantal gedwongen verhuizingen. Zo biedt de 56 m2 in de Kazernestraat niet genoeg ruimte voor de groei. Hierdoor kiest hij in 1925 een onderkomen van 144 m2 voor zijn opslag aan de Rijswijkseweg 31/33 om vervolgens in 1934 aan de Lange Beestenmarkt 111 een kantoor- en magazijngebouw te laten neerzetten van 700m2. Het is het jaar van het 30-jarig bestaan. Dat jubileum wordt onder meer ingekleurd door het op 10 januari 1934 door zijn vrouw Antonia Korlvinke van Spronsen plaatsen van een gedenksteen in de gevel. Korlvinke krijgt nog de tijd om op 18 mei 1954 te herdenken hoe hij vijftig jaar eerder als sigarenwinkelier in ’s-Gravenhage is begonnen. Hij overlijdt, 73 jaar oud, op 3 november 1955.
Daniël Smeltzer werkt twee jaar voor Korlvinke en besluit in september 1935 om, samen met zijn vrouw, naar Delft terug te keren. Daar overlijdt hij op 23 februari 1940 op 55 jarige leeftijd.