Posts tonen met het label Populierstraat. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Populierstraat. Alle posts tonen

vrijdag 8 september 2023

Ahornstraat

De Ahornstraat in Haagse Bomenbuurt

Van sportveld
naar woonstraat

door Hans Piët

DEN HAAG - Even heeft het ernaar uitgezien dat de Ahornstraat - deel van de Bomenbuurt - een heel ander karakter zou krijgen dan nu het geval is. Aan het begin van de vorige eeuw hebben burgemeester en wethouders namelijk het plan het eigendom van bouwgrond-maatschappij Houtrust om te vormen tot een wijk voor de welgestelde Hagenaar. Het gaat om een terrein dat ten noordwesten van de Esdoorn- en de Pijnboomstraat ligt en een omvang heeft van 229.500 m2. Opvallend aan het door de gemeente getekende ontwerp is, dat slechts een beperkt deel van het dan duingebied straten toont. Een erg groot segment is in hun ogen bestemd voor de aanleg van een park. Niet onlogisch is, dat maatschappij Houtrust daar bezwaar tegen maakt. Het gevolg is, dat het besluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland tot goedkeuring van dit door de gemeente uitgewerkte plan tot uitbreiding, op 4 augustus 1913 bij koninklijk besluit (nr. 18) wordt vernietigd. Vier jaar later voert het provinciaal bestuur aan dat zij min of meer gedwongen werd deze beslissing te nemen. ‘Wij hebben onze goedkeuring slechts verleend omdat verder uitstel, gezien de woningnood, ons niet geraden voorkwam’.
Documenten geven aan dat de gemeente dertig procent ofwel 46.280 m2 van het terrein wil omvormen tot plantsoen. Heel gelukkig is ze met de loop van de Afzanderijvaart ‘en het naast dit water lopende, schilderachtige wandelpad’, aldus directeur gemeentewerken Isaac Anne Lindo. ‘Wenselijk is, daar zo min mogelijk aan te veranderen en geen schoeiingsmuurtjes langs de vaart te maken, doch de waterkant zijn natuurlijk aanzien te doen behouden’.
Maatschappij tot exploitatie van onroerende goederen Houtrust heeft voor dat groen 5,5 procent ofwel 12.494 m2 gereserveerd. Na langdurige en scherpe onderhandelingen volgt in 1916 de wederzijdse goedkeuring er een tuinstadwijk van te maken.
In de eerste gesprekken stelt de aan de Laan van Meerdervoort 141 woonachtige Houtrust-directeur Jan Frederik Raymond van der Wall nog de voorwaarden dat de gemeente de gehele kosten van de plantsoenaanleg voor haar rekening zal nemen. Hij ziet het als een compensa-tie voor de betrekkelijk grote oppervlakte die zijn maatschappij voor straten, plantsoenen en water aan de gemeente gaat afstaan. Er komt een compromis uit de bus. Daaruit blijkt, dat Van der Wall bereid is de boombeplanting in zijn geheel te betalen. Het gaat om een bedrag van 6650 gulden (€ 3018). Daarnaast is hij genegen de kosten van de aanleg van de plantsoe-nen met de gemeente te delen. Met die inbreng van 30.250 gulden (€ 13.727), op een totaal van 60.500 gulden (€ 27.454), is Houtrust dus 36.900 gulden (€ 16.744) kwijt.

Bruggen

Voor de bouwmaatschappij zijn het echter niet de enige onkosten. Zo moeten er, ten behoeve van de brandweer, twee afritten naar de Afzanderijvaart komen en zijn er de uitgaven voor de
bouw van twee bruggen over dit water. Ook komt Houtrust met de gemeente overeen dat de maatschappij, ondanks dat ze er in eerste instantie niets aan heeft, voor de helft tot een bedrag van 18.500 gulden (€ 8395),
Tekening van de bruggen die gebouwd moeten gaan
 worden.                                                    Tekening: HGA
zal bijdragen aan de bouw van twee bruggen over de Valkenbosvaart. Verder zijn er de kosten voor het maken van een zinker in die vaart ten behoeve van de te zijner tijd in de gemeenteterreinen te leggen riolering, tot een maximum van 2500 gulden
(€ 1134), en van twee duikers in de Beek, een water dat onder meer door de Bosjes van Pex stroomt. Directeur gemeentewerken Lindo maakt in een brief aan Van der Wall zijn excuses dat die duikers niet voor de helft voor rekening van de gemeente kunnen komen. ‘Ze liggen midden in het bouwplan zodat ik geen vrijheid kan vinden de kosten te delen’.
Om haar stratenplan, dat voor twee derde uit klinkers en een derde uit scoriae bricks zal bestaan, te kunnen uitvoeren mag Houtrust van burgemeester en wethouders ten westen van haar terrein, over gemeentegrond, een spoor aanleggen voor het vervoer van zand. De vergoeding die de maatschappij ervoor betaalt, is 200 gulden (€ 91) per maand of een deel daarvan. Dat spoor moet overigens worden aangebracht in overleg met de directie van gemeentewerken. Afgesproken wordt dat bouwgrondmaatschappij Houtrust 45 procent van de totale oppervlakte grond aan de gemeente zal overdragen. Dat het in twee of drie gedeelten gebeurt, is geen bezwaar. Wel komt er de bepaling dat in de eerste plaats grond wordt afgestaan voor de aanleg van straten ‘bij welke de gemeente hoofdzakelijk belang heeft’.
Eerder in een schrijven van 21 augustus 1916 heeft Johannes Gerardus Vos, directeur van        
Een van de stratenplannen.                          Tekening: HGA
bouwgrondmaatschappij Duinrust laten weten genoegen te nemen met het door de gemeente en Houtrust ontworpen stratenplan. Volgens hem verbindt het op efficiënte wijze de beide terreinen.
Dat Houtrust voor een echte woonwijk kiest met een maximum aan huizen blijkt in eerste instantie niet alleen uit de plattegrond die ze in 1912 bij de gemeente inlevert. Cijfers tonen aan dat de maatschappij 66 procent ofwel
151.221 m2 wil inrichten als bouwterrein. De gemeente wil niet verder gaan dan 47 procent ofwel 108.550 m2. Houtrust kiest ook voor minder brede straten waardoor  het in totaal maar 28,5 procent (65.282 m2) van het geheel in beslag neemt, terwijl de gemeente er 67.530 m2 (30 procent) voor uit wil trekken. Van der Wall laat begin 1915 aan de gemeenteraad weten: ‘als Houtrust uw plan uitvoert, blijft er van de 22 hectare en 85 aren nog geen 10 hectare, 91 aren en 45 ca bouwgrond over’.
Een paar maanden eerder, in september 1914, heeft hij van de gemeente een stratenplan toegestuurd gekregen dat is gesitueerd tussen de Beek en Duinrust. Ook dit keer is zijn kritiek niet mals. ‘Tot uitvoering zal ik in geen geval meewerken. Alle aanleg voldoet niet aan matige eisen van welstand. Het plan is niet in overeenstemming met de omgeving waarin het tot uitvoering gebracht zou moeten worden. Ook is hoegenaamd geen rekening gehouden met het aanwezige natuurschoon’.

Ahornstraat

Dat er in ‘zijn’ wijk uiteindelijk van een Ahornstraat en een Hanenburglaan sprake is, staat in eerste instantie niet vast. Er is vanaf 1912 behoorlijk gegoocheld met straatontwerpen. Het is het gevolg van het feit dat er geen uitbreidingsplan is noch een door de raad vastgesteld stratenplan. Het betekent onder meer dat de op 31 maart 1914 schuin getekende straten op een ingezonden plan verdwijnen om plaats te maken voor rechthoeken. In een op 2 september 1915 door directeur Van der Wall ingeleverde tekening is te zien hoe tussen de Pijnboomstraat (deel van Duinrust) en de
Een stratenplan met schuin getekende straten. 
                                                       Tekening: HGA
Ieplaan nog twee straten met voortuinen voorkomen. Ze worden gesitueerd tussen wat nu de Ahornstraat en de Segbroeklaan zijn. Dat idee gaat niet door omdat de gemeente interesse toont in een drietal percelen grond van de maatschappij. Burgemeester en wethouders hebben hun oog laten vallen op een ongeveer 4500 m2 groot terrein, gelegen tussen de straten XXVII en XXIX. Houtrust stelt de prijs vast op f 12,50 per m2 (€ 5,67). Het 5400 m2 stuk grond tussen de straten VII en VIII moet 11 gulden m2 (€ 5) opbrengen. Het derde terrein is 2250 m2 en is gelegen tussen de straten XXVIII en XXIX. Hiervoor is de prijs bepaald op f 12,50 per m2. Hoewel de gemeente protesteert, houdt bouwgrondmaatschappij Houtrust voet bij stuk. ‘Hoewel niet aan de lage kant, is de prijs niet overdreven hoog, in aanmerking nemend dat deze terreinen voor bebouwing in aanmerking komen’, aldus directeur Van der Wall.

Hogere Burgerschool voor meisjes

Het gemeentebestuur, onder leiding van burgemeester jhr. mr. dr. Herman Adriaan van Karnebeek, heeft vergaande plannen met de drie bouwterreinen. Zo voorziet ze een 2e Christelijke Hogere Burgerschool voor meisjes op het 5400 m2 grote terrein tussen de straten VII en VIII dan wel op de 4500 m2 tussen de straten XXVII en XXIX. Het perceel tussen de straten XXVIII en XXIX zou gebruikt kunnen worden voor de bouw van een school voor lager onderwijs. Mocht dat niet doorgaan ‘dan zal er in de toekomst zeker behoefte bestaan om in deze belangrijke stadswijk een terrein van de gezegde afmeting te bezitten’, aldus Van Karnebeek. ‘Te denken valt aan het plaatsen van een ander gebouw voor de openbare dienst van de gemeente’

De door de gemeente aangekochte grond - tussen de stippellijn - die in eerste instantie als speelveld wordt gebruikt door scholen en verenigingen.                                    Tekening: HGA


Twee jaar nadat de raad op 21 mei 1917 het stratenplan heeft goedgekeurd, wordt voor twee percelen grond gekozen. Het gaat om het terrein tussen de straten XXVIII en XXIX of wel AN 888 groot 22 aren en 46 ca en het perceel gelegen tussen de straten VII en VIII of wel AN 932 groot 55 aren en 58 ca. Voor eerstgenoemde grond betaalt de gemeente 28.075 gulden
(€ 12.740). Voor het perceel waarop de Hogere Burgerschool voor meisjes moet komen is het bedrag 61.138 gulden (€ 27.743). Dat de ondertekening door burgemeester Van Karnebeek op zich heeft laten wachten, heeft mogelijk te maken met de in de overeenkomst vastgelegde bepalingen dat bouwgrondmaatschappij Houtrust verplicht is ervoor te zorgen dat de straten, waaraan bedoelde terreinen gelegen zijn, vóór de koop aangelegd, gerioleerd en in verbinding met bestaande openbare straten zijn gebracht.
Dat de gemeente op 7 mei 1919 eigenares is geworden, betekent niet dat direct tot actie wordt overgegaan. Terwijl niet veel verder op de door architect Thomas Anema ontworpen 1ste Christelijke Hogere Burgerschool zijn nieuwe onderkomen krijgt, het gebouw wordt op 31 oktober 1925 officieel geopend aan de Populierstraat 109, blijft de zandvlakte AN 932 leeg. Pas op 7 maart 1927 spreken B&W het voornemen uit het perceel tussen de Ahornstraat en de Hanenburglaan aan de Vereeniging voor Christelijk Middelbaar Onderwijs te verhuren. Het gaat om een bedrag van 400 gulden (€ 181) per jaar. Wie zich daar vooral hard voor heeft gemaakt, is Maarten de Haan. De met Jeannette Käthe Erika Wagter getrouwde gymleraar, die in de Goudenregenstraat 249 woont en lesgeeft op de Populier, is namelijk een warm voorstander van sporten in de openlucht. Het probleem waar hij al snel tegenaan loopt, is dat er op het uit zand en onkruid bestaande speelveld geen gras wil groeien, wat het sporten erg lastig maakt. Het betekent dat de gemeente bij raadsbesluit van 16 november 1931 min of meer gedwongen wordt actie te ondernemen. Ze investeert voor 5600 gulden (€ 2541) in het sportterrein. Dat het om een beperkte uitgave gaat, komt omdat de werkzaamheden niet worden uitgevoerd door de dienst Groenvoorziening van de gemeente maar door de stichting. Als het schoolspeelveld begin 1932 aan alle eisen voldoet, wordt besloten het perceel met ingang van 1 oktober 1932 niet alleen op bepaalde uren af te staan aan de Vereeniging voor Christelijk Middelbaar Onderwijs, maar het ook, voor zover mogelijk, in huur te geven aan daarvoor in aanmerking komende verenigingen.

Stokroosplein

Echt lang mag het Christelijk College De Populier geen gebruik maken van het vernieuwde sportveld, dat is afgesloten door hoge hekken waar de Schoonheidscommissie in eerste instantie bezwaar tegen maakt omdat ze ‘niet voldoen aan redelijk te stellen welstandseisen’. Op 1 augustus 1935 wordt het aan het beheer van de stichting onttrokken zodat het alsnog als bouwgrond kan worden uitgegeven. Voor het verplichte vak lichamelijke oefeningen wordt een sportterrein aan het Stokroosplein gevonden. Die verandering van bestemming valt niet bij iedereen in goede aarde. Een tegenstander is de gepensioneerde majoor van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger Isidoor Kosman die aan de Ieplaan 108 woont en dus uitzicht heeft op het veld. In zijn brief van 12 november 1935 benadrukt hij hoe die kleine sportvelden voorzien in een behoefte. ‘Elke avond in de zomer, maar vaak ook in het najaar spelen grote aantallen kinderen in de Ahornstraat. Geef ze het speelveld en laat in de winter bij de juiste temperaturen het perceel onderlopen om het op die manier om te vormen tot ijsbaan. Zo maakt u onze wijk tot een aangename woonwijk en niet tot een garagewijk voor automobielen’.

De, in geel gekleurde, stukken grond die de gemeente in eerste instantie wil aankopen. Ze
kiest uiteindelijk niet voor het middelste deel.               Tekening: Haags Gemeente Archief 


























Ingenieur Pieter Bakker Schut, directeur van de Dienst der Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting, laat niet veel later aan de gemeenteraad weten niets fout te doen. ‘Het terrein is aangekocht voor schoolbouw. Het is daarvoor in de eerste jaren niet gebruikt en is daarom tijdelijk als speel- en sportterrein ingezet. Nadat gebleken was dat het niet meer voor het stichten van een school behoefte te worden gereserveerd en voor het leervak lichamelijke oefeningen van de Christelijke Hogere Burgerschool een terrein elders was gevonden, werd besloten de tijdelijke bestemming van sportveld te beëindigen en het terrein, in aansluiting met de aangrenzende gronden, wederom voor bebouwing in te zetten. De enige afwijking met vroeger is dus, dat er in plaats van een school nu woonhuizen zullen komen. Bovendien is het, gezien de financiële situatie van de gemeente, niet langer verantwoord het terrein als sportveld te gebruiken’.

Van Harlingen

De kritiek vanuit de gemeenteraad dat de grond nooit had moeten worden aangekocht, wordt snel weerlegd. Na taxatie blijkt namelijk dat het perceel nu 20 gulden (€ 9) en geen 11 gulden (€ 5) per m2 waard is. Bovendien wordt er heel rap een koper gevonden die f 23,50 (€ 11) per m2 neertelt. Het gaat om de gewezen metselaar Arij (41 j.) en de ex-meubelhandelaar Ludovicus Johannes van Harlingen (36 j.), beiden woonachtig aan de Tomatenstraat 256. De broers tonen op 3 januari 1936 interesse. De prijs voor de 5558 m2 grond is dan al bij besluit van 8 november 1935 vastgesteld op 130.613 gulden (€ 59.269). De bebouwingsverordening volgt bij raadsbesluit van 9 december 1935, met een goedkeuring door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland op 25 februari 1936. Daarin wordt vastgelegd dat de grond aan de Hanenburglaan in verband met de ligging aan een fraaie plantsoenaanleg, uitsluitend met woonhuizen mag worden bebouwd. Aan de Ahornstraat, welke straat door de aanwezigheid van pakhuizen en garages inmiddels een gemengde bestemming heeft gekregen, kunnen volgens burgemeester en wethouders zonder bezwaar op de begane grond winkels, werk-
 
Voorgevel met stenen erkers in de Ahornstraat.         
                                                      Tekening: Hans Piët
of bergplaatsen dan wel andere bedrijfsruimten worden toegelaten. Uitzondering vormen herstelplaatsen voor motorrijwielen en motorrijtuigen en garages welke worden verhuurd of aan derden behoren. Overtreding van dit verbod wordt bestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een boete van niet meer dan 300 gulden (€ 136).
Op 8 januari 1936 wordt het voorlopig koopcontract tussen de bouwondernemers en de burgemeester getekend. Twaalf dagen later, met een goedkeuring van Gedeputeerde Staten op 4 februari (nr. 200), is het de beurt aan de officiële koopovereenkomst. Gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht heeft dan al de aanvraag voor de bouwvergunning binnengekregen. Arie en Louis ontvouwen hierin het plan twaalf dubbele percelen, bevattende vierentwintig benedenwoningen, vierentwintig eerste en vierentwintig tweede etagewoningen neer te willen zetten met in de achtertuin van genoemde percelen twaalf dubbele stenen bergplaatsen. Het ontwerp, met in de Ahornstraat stenen erkers, is van architect Johannes Laurentius Joseph van den Hoek. Deze Hagenaar droeg met zijn werk een belangrijk steentje bij aan de bouwstijl van de jaren dertig. De 72 portiekwoningen zijn elk opgebouwd uit een voorkamer van 21 m2, een achterkamer van bijna 17 m2, een keuken van iets meer dan 6 m2, een voorzijkamer van 9 m2, een achter-zijkabinet van 11,5 m2 een krappe douchekast die op z’n breedst 1,55 meter is, 2 balkons en twee geschikte bergplaatsen; een voor levensmiddelen en een voor brandstoffen en afval. Dankzij de trap naar de eerste etage is op de begane grond de voorzijkamer groter namelijk 17,5 m2. Om niet in elk pand een beweegbaar raam aan te hoeven brengen in de douchekast, krijgt het duo toestemming om ter vervanging een luchtkoker aan te leggen. Bouw- en woningtoezicht bepaalt tevens dat de 80 cm brede portiektrappen met bordes moet worden voorzien van een goed functionerende kunstlichtinstallatie. Deze moet van een half uur na zonsondergang tot een half uur voor zonsopgang in gebruik zijn. De broers Van Harlingen stellen de huurprijs van de Hanenburg-laan vast op 38 gulden (€ 17,24) per maand voor de begane grond, 36 gulden (€ 16,34) voor de eerste etage en 34 gulden (€ 15,43) voor de tweede etage. In de Ahornstraat zijn die bedragen 36, 34 en 32 gulden (€ 14,52).

Bebouwingsverordening

Om de Hagenaar te laten weten wat er in de Ahornstraat en de Hanenburglaan te gebeuren staat, krijgt Ernst Pieter, als bode van het gemeentebestuur, op 6 maart 1936 de opdracht de officiële aankondiging in zake de bebouwingsverordening, aan de gevel van het stadhuis aan te brengen. Eenmaal terug moet hij met een handtekening verklaren dit naar eer en geweten te hebben gedaan. Op de gemeentesecretarie, afdeling Stadsuitbreiding en Bouwtoezicht (kamer 32) is vanaf 10 maart op elke werkdag van 9 tot 12 uur en van 14 tot 17 uur en op zaterdag

De door de broers Van Harlingen bedachte indeling van de bouwgrond AN932
                                                                            Tekening: Haags Gemeentearchief


van 9 tot 12.30 uur de bij raadsbesluit van 9 december vastgestelde verordening in te kijken en is een plattegrond van het bouwterrein beschikbaar. Reclamebureau Remaco plaatst een kennisgeving over de bebouwing op acht plaatsen in de stad zoals op de transformatorzuil in de Riouwstraat bij het Bankaplein, in de 2e Antonie Heinsiusstraat bij het Frederik Hendrikplein en in de Amalia van Solmsstraat. Wat daar niet wordt vermeld, is dat Arie en Louis van Harlingen op 21 februari 1936 toestemming hebben gekregen het perceel in tweeën te splitsen. Ze hebben de gemeente verzocht de grond aan de Hanenburglaan nader vast te stellen op 28 gulden per m2 (€13) en die aan de Ahornstraat te taxeren op 19 gulden per m2 (€ 8). Met die verandering blijft het oorspronkelijk overeengekomen verkoopbedrag gelijk. Ook de overdracht zal in twee gedeelten gebeuren. Burgemeester mr. dr. Salomon Jean René de Monchy heeft er geen bezwaar tegen dat eerst de Hanenburglaan en vervolgens de Ahornstraat wordt verkocht. ‘De grond aan de Hanenburglaan wordt door mij en de koper hoger gewaardeerd dan in de Ahornstraat. En dat is logisch gezien het fraaie, natuurrijke uitzicht dat de bewoners aan de Hanenburglaan straks wordt geboden’.
Voorgevels van de panden aan de Hanenburglaan. De portiektrap zit verscholen achter een
gezamenlijke voordeur.                                                                                    Tekening: Hans Piët 



De laatste afwijking van het oorspronkelijke plan volgt op 6 maart wanneer de broers Van Harlingen toestemming vragen de keukens en de kabinetten aan de achtergevel van een aantal woningen in de Ahornstraat een meter te mogen uitbouwen. Directeur Pieter Bakker Schut stemt zonder verdere discussie toe.

Geschiedenis

De bouw in Houtrust is niet het eerste project dat de broers Van Harlingen onder handen nemen. Wie terugbladert in de geschiedenis ziet dat Arie van Harlingen, die van 1923 tot en met 1925 heeft geprobeerd een loopbaan op te bouwen in het Canadese Toronto, er wel iets in ziet om als bouwondernemer aan de slag te gaan. In januari 1932 weet hij 1625 m2 erfpachtgrond te verwerven in de Ananas-, Tomaten- en Sinaasappelstraat. De jaarlijkse canon is berekend naar een gulden per m2 (€ 0,45) voor het daarop bouwen van eengezinshuizen. Een jaar later wacht 2400 m2 erfpachtgrond aan de Jacob Pronkstraat en de Weststraat in Scheveningen. De jaarlijkse canon bedraagt f 1,10 per m2 (€ 0,50). Doordat de koop valt binnen het plan van verbetering van Oud-Scheveningen - ten westen van de Keizerstraat - zijn er strikte regels voor de bebouwing en het gebruik van in dat plan begrepen grond.
In 1934 haakt Louis aan. Hij verwerft 2130 m2 erfpachtgrond aan de Troelstrakade en de Beatrijsstraat. Arie krijgt hetzelfde aantal vierkante meters toebedeeld aan de Troelstrakade en de Hadewychstraat. De jaarlijkse canon bedraagt f 1,50 per m2 (€ 0,68) als de grond wordt gebruikt voor het daarop bouwen van woningen. Wordt het voor andere doeleinden ingezet dan moet jaarlijks f 1,90 per m2 (€ 0,86) worden betaald. Vervolgens gaat het hard met het aankopen van erfpachtgrond door de broers. In december 1936 is er 3800 m2 aan het Veluweplein, de Hoefkade en de Marktweg. Ze willen er een aantal panden neerzetten bestaande uit een begane grond en twee etages, maar ook een woning met drie etages. De gemeenteraad weet niet of ze met dat laatste kan instemmen. Vooraf is wel vastgesteld dat ze f 1,30 per m2 (€ 0,59) gaan betalen, tenzij voor een ander soort project wordt gekozen. Op dat moment wordt het jaarlijkse bedrag met 40 cent (€ 0,18) verhoogd. Ook in 1937 wordt er door de Van Harlingens fors geïnvesteerd. Zo is er op 25 oktober de 2970 m2 erfpachtgrond tegen een prijs van f 1,10 m2 (€ 0,50) aan de Gaslaan, het terrein van de voormalige gasfabriek, maar ook grond aan de Ananas- en Amandelstraat. In november van dat jaar neemt Louis van Harlingen een deel van de erfpacht in de Groningsestraat over van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij, terwijl Arie een stuk grond verwerft aan de Gevers Deynootweg. In 1938 is er 1290 m2 aan de Laan van Meerdervoort en de Appelstraat en 620 m2 aan de Appel- en Tomatenstraat. De prijs van 15 maart 1938 tot en met 31 december 2015 bedraagt f 1,45 (€ 0,66) en f 1,35 (€ 0,61) per m2 per jaar. Aan de Moerweg en Hadewychstraat gaat het om 1323 m2. De erfpacht duurt van 15 oktober 1938 tot en met 31 december 2010. De jaarlijkse canon is berekend naar f 1,35 per m2 voor zover er huizen worden gebouwd bestemd voor particulieren. Zijn er andere bestemmingen dan wordt het bedrag opgehoogd tot f 1,75 per m2 (€ 0,79).

Tweede Wereldoorlog

De aannemers Arie en Louis van Harlingen, inmiddels verhuist naar de Rijksstraatweg 584 A en B in Wassenaar, keren ook nog terug naar de Hanenburglaan. Dat gebeurt na de Tweede Wereldoorlog wanneer de bouw van de verwoestende Atlantic Wall onzichtbaar moet worden gemaakt. Ze storten zich op de herbouw van de Hanenburglaan 46 tot en met 56 en een garage in de Pijnboomstraat 145. De eerste drie nummers 46, 46a en 46b zijn eigendom van architect Willem Chiel Kuijper jr. De andere huisnummers behoren toe aan advocaat en procureur mr. Jan Adriaan Risseeuw. Beiden verkopen de grond aan de Coöperatieve Flat-
exploitatie Vereniging Houtrust.
Bouwplannen van de Van Harlingens aan de Hanenburg-
laan. CN moet bedrijfsruimte worden.           C staat voor
  3-etagewoningen. D is 4 woningen boven elkaar.               
                                                                          Tekening: HGA 

Deze laat op AN 3460 en AN 4445, onder leiding van de broers, 12 flats neerzetten. Het gaat om vier benedenwonin-gen en vier eerste en vier tweede etage appartementen. De herbouw wordt goedgekeurd op 9 februari 1950. Even eerder, op 1 en 9 september is een en ander vastgelegd bij notaris Jan Lubertus Neuteboom. Op 4 december 1953 verwerven Arie en Louis erfpachtgrond aan de Hanenburglaan in het weder-opbouwplan Sportlaan – Zorgvliet. Het gaat om 23 are die ze willen gebruiken voor de bouw van 20 flats en 10 bedrijfsruimten. De erfpacht tot en met 31 december 2027 is f 2,45 per centiare (€ 1,11). Op 10 juni 1955 kopen de bouwondernemers een perceel van 3 are en 53 centiare aan de Sportlaan/Kruisbeslaan. Zoals eerder maken ze ook hier handig gebruik van de schade-loosstelling die ze krijgen wegens onteigening van grond door de gemeente in de oorlogsjaren. Zo zijn ze terrein aan onder meer het Louise de Coligny-plein en de Obrechtstraat, de Wilhelmina-straat, de Laan van Nieuw Oost Indië, Verhulststraat en Lübeckstraat kwijtgeraakt. Daar staan na de oorlog bedragen tegen- over van onder meer 32.000 gulden (€ 14521), maar ook van 5075 gulden (€ 2303) en 4000 gulden (€ 1815). Dat geld investeren ze in nieuwe projecten aan onder meer de Sportlaan.
Ondertussen blijft Ludo, met een eigen stal, zijn vrije tijd besteden aan het paardrijden op wedstrijdniveau. De geschiedenis leert dat hij menige wedstrijd, ook internationaal, op zijn naam mag schrijven. Hij sluit op 12 maart 1981 op 82-jarige leeftijd zijn ogen. Zijn broer Arie overlijdt elf jaar eerder op 13 januari 1970 op 75-jarige leeftijd.

© Haags Nieuws Bureau 2023 


donderdag 6 september 2012

Christelijk College De Populier


DRS. JAN VAN ANDEL VERDIENT PLAATS IN HAAGSE GESCHIEDENIS

Een bevlogen directeur zet
christelijke hbs op de kaart

Christelijk College de Populier in Den Haag bestaat honderd jaar. Om oud-leerlingen de kans te geven herinneringen op te halen, is op 13 oktober (2012) een reünie georganiseerd. Dat de school, een ontwerp van de Haagse architect Thomas Anema, er staat, is voor een zeer belangrijk deel te danken aan drs. Jan van Andel. Als directeur van deze voormalige 1ste Christelijke Hoogere Burger School van ’s Gravenhage streed hij vanaf september 1912 niet alleen, zeer succesvol, om de gunst van de leerlingen. Hij initieerde (vorstelijke) nieuwbouw om zich vervolgens, tot zijn pensioen in 1949, als inspecteur der lycea voor het hele Nederlandse onderwijs dienstbaar te maken.  

door Hans Piët
 
DEN HAAG – Echt veel thuis, is drs. Jan van Andel in zijn werkzame leven niet geweest. Als bevlogen directeur van de Eerste Christelijke Hoogere Burger School van Den Haag en later als inspirerend inspecteur der lycea leek hem steeds één doel voor ogen te staan: een bijdrage leveren aan een optimaal leerplan voor kinderen. En in zijn beleving paste daar een Christe-
lijke invloed bij.
Drs. Jan van Andel. Onder zijn
bezielende leiding was er sprake
van een gestage groei. Foto: archief.
Hoewel Van Andel, als leraar natuurkunde – hij was in 1909 aan de Stedelijke Universiteit van Amsterdam geslaagd voor zijn doctoraal examen wis- en natuurkunde – het reuze naar zijn zin had op de gemeentelijke hbs in Schiedam, twijfelde hij geen moment toen hem, nog geen jaar na zijn officiële benoeming in augustus 1910, een baan werd aangeboden als directeur van een nog te stichten christelijke hbs met 5-jarige cursus in Den Haag. Zoals hij op 5 september 1912 ’s middags, tijdens de officiële opening van de school aan de Sweelinckstraat 53, zou memoreren: “Na bijna een halve eeuw wordt van christelijke zijde eindelijk ingezien, dat er aan een eigen inrichting van middelbaar onderwijs behoefte is".
En die leerlingen stonden in de rij. “Er kwamen er zoveel dat we gemakkelijk een parallelklas 1 hadden kunnen vormen”, aldus dr. De Moor in zijn openingswoord.

Meeste aanmeldingen

Hoewel Den Haag niet de eerste stad was met een christelijke hbs – Rotterdam (1901) en Amsterdam (1910) gingen haar voor – was het wel de school met de meeste aanmeldingen voor het eerste jaar. Lag dat gemiddelde op 10, in Den Haag ging het om 35 leerlingen. Dat aantal zou in twaalf jaar uitgroeien tot 365 leerlingen. De bezielende leiding van Jan van Andel zorgde – mede door zijn keuze in leraren en een weloverwogen leerplan - voor een hoog percentage geslaagden. Slechts 25 procent had meer dan 5 jaar nodig voor de hele cursus. Het werd dus al snel dringen in het verbouwde huis. Gevolg was, dat in 1915 Sweelinckstraat 51 en een jaar later nummer 49 werd aangekocht en geschikt gemaakt voor onderwijs.
Dat drs. Van Andel hart en ziel legde in zijn – ook buiten de Residentie geprezen – directeurschap (het aantal te geven lezingen was fors, net als het aantal nevenfuncties) was niet zó vreemd. Uiteindelijk doet goed voorbeeld goed volgen. En hij kreeg het aansturen van mensen en het onderwijs met de paplepel ingegoten door zijn vader: Jan van Andel, aan het begin van de twintigste eeuw een bekende persoonlijkheid op het gebied van christelijk onderwijs. Zo was Van Andel (geboren in 1856) de laatste vijf jaar voor zijn pensioen directeur van de door hem zelf in het leven geroepen Christelijke Normaalschool in Bodegraven. Maar gedurende zijn loopbaan, die in Dinteloord - waar Jan jr. op 4 mei 1884 werd geboren - aanving, bekleedde hij veel functies. Zo had hij als oprichter zitting in het hoofdbestuur der Vereniging van Christelijke Onderwijzers en Onderwijzeressen en zat hij in het hoofdbestuur van het Gereformeerde Schoolverband. Hij was bestuurslid van de schoolraad van de Scholen met de Bijbel en hij had zitting in enkele onderwijsorganisaties in de Rijnstreek. Tijdens zijn zeer druk bezochte begrafenis in Rijswijk in 1926 memoreerden sprekers vooral zijn liefde voor land en volk, kerk en school. “Zijn betekenis voor het totale christelijke onderwijs in ons vaderland is met geen paar woorden te schetsen”, aldus een van de sprekers.

Montessori-onderwijs

Jan van Andel jr. had eenzelfde bevlogenheid. Zo stond hij ook aan de wieg van het christelijk Montessori-onderwijs in Den Haag. Bij de oprichting van de vereniging Christelijke Montessorischool (1921) werd hij gekozen tot voorzitter. Een jaar eerder had hij zich in Rotterdam sterk gemaakt voor een 2-jarige cursus natuur, plant, dier en scheikunde. Doel van de opleiding was het vormen van leerkrachten in genoemde vakken voor mulo en kweekschool. De lessen werden naast Van Andel gegeven door J.P. de Gaay-Fortman en J. Reitsma (directeur chr. hbs Rotterdam). Naast deze functies was hij voorzitter van de Vereniging van Leraren bij het christelijk middelbaar onderwijs, gecommitteerde bij diverse eindexamens en (net als zijn vader) actief in de A.R. Zo was hij bestuurslid van de centrale Anti-Revolutionaire-kiesvereniging Nederland en Oranje. Dat de directeur ook over een scherpe pen beschikte mag blijken uit verschenen publicaties als ‘De pacificatie en de H.B.S. (1919), waarin hij de gewenste verhouding van de overheid tot de hbs bespreekt, ‘Geloven en opvoeden’ (1921) en ‘Volksschool of staatsschool (1925). Geschriften die veel discussie losmaakten in de rest van het land. Ook was hij redacteur bij het orgaan van de Vereniging van Leraren bij het Christelijk Middelbaar Onderwijs en verschenen er bijdragen in het tijdschrift Anti-Revolutionaire Staatkunde en het weekblad De Reformatie.


Originele tekening, die architect Thomas Anema in 1923 maakte van de
1e Christelijke Hoogere Burgerschool in Den Haag. Foto: PR.

Drs. Jan van Andel was getrouwd. Hij werd, studerend aan de universiteit van Amsterdam, verliefd op de bijna drie jaar oudere Johanna Bijleveld, dochter van dr. Hendrik Bijleveld, korte tijd minister van Marine. Van Andels oudste zoon Jan zou in 1937 het voorbeeld van zijn vader volgens door als leraar natuur- en scheikunde in het huwelijk te treden met de ruim drie jaar oudere Anna de Wilde, dochter van Jacob de Wilde, op dat moment minister van financiën. Een misschien aardig detail is, dat minister Bijleveld een voorstander was van grote gezinnen. En dat droeg hij publiekelijk graag uit. Zijn belangrijkste redenen daarvoor waren de statistieken dat er minder echtscheidingen voorkwamen bij echtparen met veel kinderen, en dat alle belangrijke figuren uit de geschiedenis afkomstig zijn uit grote gezinnen.
Johanna en Jan van Andel gaven graag gehoor aan die wens tot een groot gezin. Zij kregen tussen 1911 en 1922 acht kinderen, van wie de laatst levende, de ongetrouwde Marianne van Andel, in december 2009 op 91-jarige leeftijd stierf. Zij is net als haar jongere zus Adriana (70), haar ouders en erg vroeg gestorven broer Piet (18 jaar) begraven in het familiegraf op Oud Eik en Duinen in Den Haag. De omvang van de familie zorgde er wel voor dat  het gezin in 1928 moest verhuizen van de Malakkastraat 67 (het pand werd te koop aangeboden voor 12.000 gulden) naar de Riouwstraat 128.

Populierstraat

Dat de verbouwde woonhuizen aan de Sweelinckstraat niet functioneerden – al wees onderzoek later uit dat scholen gevestigd in een noodgebouw in plaats van een schoolpaleis tot de beste scholen van het land behoorden – werd enkele jaren na de start al duidelijk. Er bestaan prachtige anekdotes over de conciërge en de gymnastiekleraar. Kortgezegd: beiden konden niet naar behoren hun werk doen. Met de nieuwbouw kreeg de conciërge zijn eigen woning en de gymnastiekleraar een eigen sportveld achter de school tussen Hanenburglaan en Ahornstraat (huur 400 gulden per jaar). Omdat op dat duinzand geen gras wilde groeien, werd de gemeente ingeschakeld om, op haar kosten, het veld geschikt te maken voor gymnastiek.  

Christelijke symboliek aan
 de gevel: moeder met kind.
Foto: Quietsong Production.
Toch duurde het tot 2 november 1923 voordat de  bouw van een school aan de Populierstraat voor een bedrag van 278.000 gulden werd aanbesteed aan de aannemers Groeneboom en Kolpa. Architect was Hagenaar Thomas Anema, die veel lof kreeg toegezwaaid voor zijn krachtige ontwerp. Vier  jaar later zou hij ook de tweede christelijke hbs in Den Haag, Zandvliet, vorm geven. Dat opnieuw erg voorzichtig werd gehandeld blijkt uit de omvang. De school - met conciërgewoning en rijwielbergplaats - die op een terrein van 4350 m2 werd neergezet, paste, door het toepassen van vlakbouw, weliswaar perfect in de (zich ontwikkelende) omgeving, maar bood met haar 14 lokalen slechts plaats aan 400 leerlingen. Dat leverde kritische geluiden op. Zo schreef het Haagse dagblad Het Vaderland: ‘de school beschikt over de nieuwste snufjes zoals centrale verwarming en elektrische verlichting. Bovendien zijn in de kabinetten voor natuur- en scheikunde de nieuwste vindingen toegepast. Tegelijkertijd echter moeten we constateren dat de nieuwe school nauwelijks groot genoeg is om de leergierige jeugd te herbergen’.
De krant suggereerde op dat moment dat er bij de (verwachte) forse groei uitgeweken zou kunnen worden naar de achterkant van het gebouw. “Door de afplatting op te heffen, kunnen er nog lokalen bij komen”, aldus Het Vaderland. En dat is later ook gebeurd. De officiële opening vond – na het nodige oponthoud onder meer door een staking - op 31 oktober 1925 plaats door de minister van onderwijs, Rutgers. Hij sprak de wens uit dat “vele jongelieden mogen worden gevormd met Gods hulp tot knappe, goede mensen’’.

Afscheid

Dat Jan van Andel door zijn leerlingen op handen werd gedragen, blijkt bij zijn vertrek in 1931. In mei benoemd tot rijksinspecteur der lycea werd er dat jaar in twee etappes afscheid genomen. In juli was er een druk bezocht feest in de aula aan de Populierstraat waarbij dr. K. Dijk als oud-voorzitter, de directeur namens het bestuur een bureaustoel aanbod. Uit handen van Jan van Wageningen kreeg hij, namens de leerlingen, een grammofoon. In september volgde een bijeenkomst met oud-leerlingen. De aula bleek te klein. Na de opvoering van ‘De Journalist’, waarin allerlei aardige herinneringen uit het schoolleven en leuke toespelingen op personen en voorvallen zaten, kregen Jan en zijn vrouw Johanna een volledige cassette tafelzilver en een album met namen van oud-leerlingen aangeboden.

    De kracht en wijsheid die
    dit gevelbeeld uitstraalt,
    gingen aan J.W. Mekking
    voorbij. Foto: Q.P. 
In hoeverre het vertrek van drs. Jan van Andel echt vrijwillig was, is moeilijk te achterhalen. Eind 1930 werd namelijk duidelijk dat penningmeester J.W. Mekking, die voorzitter was geweest van de bouwcommissie van de hbs en tegelijkertijd directeur-generaal was van de in Anti-Revolutionaire Partij-kringen zeer geliefde N.V. Handels- en Landbouwbank, fraude en valsheid in geschrifte had gepleegd. Volgens de boeken was er zo’n 700.000 gulden uitgegeven ten behoeve van onder meer de christelijke hbs in Den Haag. De school wist van niets.
Mekking verschuilde zich in eerste instantie achter de rijkssubsidie. Hij zou zijn vergeten deze aan te vragen. Een aantal maanden later bleek echter, dat de corrupte penningmeester zo’n 350.000 gulden had aangewend tot dekking van wat ongelukkige grondspeculaties, maar dat bedrag had toegeschreven aan de hogere burgerschool. De bank ging op 16 februari 1931 failliet. Tijdens de behandeling van de zaak - waarbij Mekking, die ook lid was van de Commissie van Bestuur van de Gereformeerde Kerk Oost, uiteindelijk 1 jaar en zes maanden gevangenisstraf kreeg opgelegd, onder meer voor tweemaal gepleegde verduistering - werd de roep tot het ontslaan van het voltallige bestuur van de christelijke hbs echter steeds luider. Algemeen werd aangenomen dat zij even schuldig was als de penningmeester. Ze had namelijk onvoldoende opgelet.

Esperanto

Jan van Andel wachtte niet af. Hij ging gretig in op de hem aangeboden functie van inspecteur van de lycea. In dat werk, hem in 1937 opnieuw toegewezen, was hij tijdens officiële gebeurtenissen vaak de vertegenwoordiger van de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap. Zo opende hij in 1933 het nieuwe gebouw van het Internationaal Esperanto Instituut in Den Haag, werd in dat jaar voorzitter van de Commissie voor rijks hogere burgerscholen, maar vormde (in 1940) ook een commissie die onderzoek deed naar welke maatregelen moesten worden genomen om de kans te vergroten op een aanstelling in een lerarenbetrekking voor jonge officieren.
Heel blij was hij met de aanstelling tot lid van de staatscommissie voor dramatische kunst. Hij stond (in 1939) vierkant achter het idee van een aantal leraren tekenen en kunstgeschiedenis en leden van de Federatie van Beeldende Kunstenaarsverenigingen om schooljeugd nader met beeldende kunst in contact te brengen. Onderzoek had uitgewezen, dat jongeren totaal geen interesse toonden. En niet alleen op het gebied van beeldende kunst. Ook theaters maakten zich, met de enorme groei aan grijze hoofden, zorgen. De vele discussies, die op landelijke schaal volgden, leverden een aantal actiepunten op namelijk: het organiseren van kleine tentoonstellingen in scholen, bezoek brengen aan musea, maar ook aan ateliers. Het in klassen aanbrengen van boeiende en afwisselende reproducties van meesterwerken en zelfarbeid in tekenen en boetseren. Tot een officieel schrijven kwam het, dankzij de Tweede Wereldoorlog, niet.
In 1949 ging drs. Jan van Andel met pensioen. Zijn verdiensten vonden erkenning in zijn benoeming tot officier in de Orde van Oranje Nassau en ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Hij stierf, tien jaar na de dood van zijn vrouw, na een langdurige ziekte op 7 februari 1958 in Den Haag. Hij was 73 jaar.

© Haags Nieuws Bureau 2012